Navigatie overslaan en naar de inhoud

Bij de eerste open deur die we vinden op het terrein van het Zuiderzeemuseum staat een bordje NAT, een subtiele aanduiding dat we inderdaad terecht zijn gekomen bij het Watersymposium van Rotary District 1580.
Alle dorpen aan de Zuiderzee waren gericht op het water, in de eerste plaats om het overstromingsgevaar, bij Noordenwind, in de tweede plaats om de visserij, in de derde plaat vanwege de handel via de Oostzee (Hanzesteden) en in de vierde plaats dankzij de handel met het verre Oosten (Indië e.a.).
Een wandeling door het museum is dus één ontdekkingstocht langs alles wat we al ooit met water hebben uitgespookt. Vanzelfsprekend, de molen voor polderbemaling via een vijzel in het water, ook wel genoemd de schroef van Archimedes; de opvang van water via het schuine dak en de dakgoot, met in de pijp naar de ton een filter met zand en schelpen.
Eerste aanpassing, rijkere mensen lieten hun dakpannen glazuren, zodat het water schoner overkwam. Tweede, zeer interessante aanpassing, een klapgoot. Via een gat in de muur liep er een goot van ongeveer een halve meter. Die goot kon schuin naar buiten, in de buitenton, lopen als de wind uit zee kwam en het regenwater zilt was, en kon schuin naar binnen, naar de binnenton, lopen als de landwind zacht water aanvoerde. In een waterton werd vaak een zeelt gehouden, een vis die alle algen opat, zodat het water helder bleef. In chique huizen was er soms al een porseleinen toiletpot, maar die kwam dan onderin wel mooi uit in de sloot, want riolerering bestond er nog niet. Het kerkje op een terp was er niet alleen voor de mensen, maar bij hoog water ook voor de schapen. (Men had dan zijn schaapjes op het droge). Soms werden dieren bij hoog water ook in een mand aan een katrol omhoog getrokken. Vissers hadden hun zeilen opgeslagen op zolder en als er hoog water dreigde gingen de kinderen daar slapen, ze gingen onder zeil. Drinkwater kwam uit de pomp en daar moest je heel zuinig op zijn. Je kon het niet gebruiken om je auto te wassen of voor de grote was, zoals wij nu doen.
INGENIEUR LELYDe bouw van de afsluitdijk, van ingenieur Lely, bracht een enorme verandering. Volendammer schepen gingen naar buiten het IJselmeer, maar in andere steden verdween de visserij of veranderde van karakter. Zout water werd zoet water. De handel per schip verdween, maar ook storm en overstromingsgevaar waren opeens weg, en in ieder geval sterk verminderd. Kortom een boeiend museum.
Maar het watersymposium behandelde nog een ander onderwerp, het door gebruik maken van onze kennis (en rijkdom) bevorderen van watertoevoer in gebieden, zoals Afrika, waar de ontwikkeling nog niet zo ver was. Veel rotarians hebben deze handschoen opgenomen om er na Polio de wereld uit, een tweede wereldwijd project van te maken. Men ving eventueel wel water op via daken, maar dakgoten waren er nog niet bekend. Er moesten waterputten komen met pompen, watertanks om het water via het dak op te vangen (één watertank van 10.000 liter kost ongeveer € 800,--) , dammen om waterstromen bij te sturen, of dijken om het tegen te houden, middelen om water te zuiveren, of van zout zoet water te maken, en nog veel meer. In Noord-Holland hebben veel rotarians daar hun schouders onder gezet en we krijgen een paar boeiende toespraken.
TOESPRAKENKort en bondig zegt Peter Wiers van de Districtscommissie Water bij zijn opening:
Thijs Hennipman van RC IJmond wijst erop, dat als je in een warm land een project start, je daar wel regelmatig zelf naar toe moet – zeg één keer in de 3 maanden – voor onderhoud en bijsturing.
Hij stelt dat het ook heel leerzaam is om daar te gaan kijken, de meisjes zingen liederen over water, je moet met de mensen praten en vragen “wat kunnen jullie doen, wat kunnen wij doen?” en constateren dat de mensen daar binding met een project krijgen. Daarbij viel hem op dat dakgoten beter werken dan dammen en dat er toch ook tankwagens nodig zijn om af en toe de tanks bij vullen.
Martien Dekkers van RC Hoorn zegt: “Wat ze in ieder geval nodig hebben is schoon drinkwater. Verder is contact met de mensen van doorslaggevend belang. In Kenia regent het voldoende, maar men vangt het niet op. De meeste huizen hebben geen dakgoot. Onderhoud is in Afrika niet vanzelfsprekend, alleen al daarom zou je er regelmatig naartoe moeten.”
Hans van Leerdam (RC Hoorn) houdt met luide stem, zonder microfoon, in Afrikaans kostuum, gekregen van een koning in Kameroen, een vlammend betoog over water met een accent op nu en niet later.
Wij zijn de tweede in de wereld voor agrarische export en de eerste in waterwerken.
Denk aan dit museum, aan de Afsluitdijk, aan de Deltawerken. Medische uitvinding nummer één is schoon drinkwater.
In 1849 brak er in Londen een cholera-epidemie uit en ontdekte John Snow het verband tussen lekkende riolen en die ziekte.
Van de mensen die water uit één pomp dronken werden er 10 ziek, van de mensen die uit een andere pomp dronken 100. De ontdekking van Snow werd nauwelijks erkend en daarom haalde hij eenvoudig de handel van de slechte pomp eraf, zodat die onbruikbaar werd.
In de 14de en 15de eeuw waren er verschillende Sint-Elisabethvloeden (genoemd naar de naamdag van Elisabeth, 19 november) die enorm veel schade aan het land toebrachten en hele dorpen lieten verdwijnen.
In 1866 was er een cholera- epidemie in Nederland met 20.000 doden, waarvan veel uit Noord- Holland. Amsterdam kwam er goed vanaf, omdat Jacob van Lennep ervoor gezorgd had dat die stad water uit de duinen kreeg.
In 1916 kwam heel Noord-Holland onder water door dijkbreuk en aanhoudende regen. Het volk van Andijk redde veel door zeilen op de binnenkant van de dijken te leggen, tegen het wegspoelen van de grond.
DE AFSLUITDIJK Ook in dat jaar, 1916, stelde Ingenieur Lely een afluitdijk voor, maar kreeg geen meerderheid in de kamer. Wel kwam er toen een voorstel voor een proefpolder bij Andijk.
Langzamerhand werden steeds meer steden en gebieden bij de waterleiding aangeloten, met als laatste, in 1956, Texel.
De overstroming van 1953 in Zeeland, gaf de aanstoot tot de Deltawerken. Maar afgezien daarvan bleef onderhoud hard nodig.
De rol van Rotary is bijdragen te leveren in menskracht en middelen, om wererldwijd het drinkwaterprobleem te helpen oplossen door
· |
bewustmaking van de problematiek op alle niveau’s van Rotary, |
· |
rotaryclubs stimuleren primair te kiezen voor het realiseren van drinkwaterprojecten in ‘probleem’landen , |
· |
aansluiten bij bestaande projecten, |
· |
er voor te zorgen dat bij de keuze van drinkwaterprojecten de uitgangspunten duurzaam en participerend voorop te staan, |
· |
stimuleren van optimale samenwerking door rotaryclubs onderling, |
· |
financiële bronnen aanboren (verdubbeling) en partners zoeken, |
· |
opleidingsmogelijkheden bieden aan technici werkzaam in het project van het gekozen land, |
· |
uitzending van technici naar ‘probleem’landen mogelijk maken, |
· |
samenwerken met onze overheid en waar mogelijk met die van het land waar het project wordt uitgevoerd en met NGO’s. |
Tenslotte is er aandacht voor het systeem van Matching Grants en voor het project Wandelen voor water.
Conrad van de Weetering