Navigatie overslaan en naar de inhoud
In het ANBI-besluit (en een daarbij behorende toelichting) staat beschreven aan welke eisen een ANBI vanaf 1 januari 2008 moet voldoen. Dit is het besluit van 1 februari 2007, nr. DB 2007-31M.
In de verkorte versie van het besluit vindt u informatie over:
Welke instellingen kunnen worden aangewezen als een ANBI? |
Gescheiden vermogen |
Beperkt eigen vermogen |
Beloning bestuurders |
Beleidsplan |
Redelijke verhouding tussen kosten en bestedingen |
Opheffing |
Administratieve verplichtingen |
Geen terugwerkende kracht |
Bekendmaking door Belastingdienst |
Meerdere instellingen aanwijzen bij 1 beschikking |
Dat zijn kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instellingen.
Om als een ANBI aangewezen te kunnen worden, moeten het doel en de feitelijke werkzaamheden van de instelling een algemeen belang dienen. Verder mag een ANBI geen winstoogmerk hebben. Een instelling mag dus geen particulier of individueel belang dienen. Onder andere sportverenigingen, personeelsverenigingen en commerciële instellingen zijn geen ANBI.
Een natuurlijk persoon of een rechtspersoon in de functie als bestuurder en/of beleidsbepaler mag niet over het vermogen van de instelling beschikken alsof het zijn eigen vermogen is. Dit heet het ‘beschikkingsmachtcriterium’. Dit criterium verzekert (onder andere) dat de instelling onafhankelijk is ten opzichte van donateurs en begunstigden. Een natuurlijk persoon of een rechtspersoon in de functie als bestuurder en/of beleidsbepaler mag daarom geen meerderheid van de zeggenschap hebben over het vermogen van de instelling.
Het komt voor dat zowel de stichting als de steunstichting(en) over elkaars vermogen beschikken alsof er sprake is van eigen vermogen. Men beschikt vaak over hetzelfde bestuur. Er is een uitzondering gemaakt voor instellingen die om deze reden niet aan het beschikkingsmachtcriterium voldoen, zodat ook deze instellingen als ANBI aangewezen kunnen worden.
Een ANBI mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden van de doelstelling van de instelling. Dit heet het ‘bestedingscriterium’. Het doel van het bestedingscriterium is het voorkomen van niet-redelijke vermogensvorming (oppotten van vermogen).
· |
Vermogen (of bestanddelen daarvan) dat is verkregen als legaat (via een erfenis) of schenking, waarvan de erflater of schenker heeft bepaald dat slechts de rendementen uit dat vermogen mogen worden gebruikt voor het doel van de ANBI (stamvermogen). Het rendement moet dan uiteraard wel daadwerkelijk worden besteed voor het doel van de ANBI en mag niet als vermogen worden aangehouden. |
· |
Vermogensbestanddelen waarvan de instandhouding voortvloeit uit de doelstelling van een ANBI. Bijvoorbeeld een door de ANBI in stand te houden natuurgebied of gebedshuis. |
· |
Vermogensbestanddelen die nodig zijn voor het realiseren van de doelstelling. Bijvoorbeeld een eigen bedrijfspand of een eigen opslagplaats voor hulpgoederen. |
Beleidsbepalers (de bestuurders of leden van de raad van toezicht) mogen geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding voor gemaakte onkosten. Ook mogen ze, als ze daarvoor in aanmerking komen, een vacatiegeld ontvangen dat niet bovenmatig is.
Gemaakte onkosten zijn kosten die bestuursleden redelijkerwijs hebben vanwege hun functie bij de instelling. Vacatiegeld is een vergoeding die bestuursleden ontvangen voor vacatie, zoals het voorbereiden en bijwonen van een vergadering.
Een ANBI moet een actueel beleidsplan hebben. Dit is een document dat inzicht geeft in de manier waarop de doelstelling van de ANBI wordt uitgevoerd. Dit mag ook een meerjarig beleidsplan zijn. Het plan moet inzicht geven in:
· |
de werkzaamheden die de instelling verricht |
· |
de manier waarop de instelling geld wil werven |
· |
het beheer van het vermogen van de instelling |
· |
de besteding van het vermogen van de instelling |
De kosten van het werven van geld en de beheerkosten moeten in redelijke verhouding staan tot de bestedingen. Kosten voor propaganda, publiciteit en public relations zijn voorbeelden van kosten van het werven van geld. Dat geldt ook voor de kosten om opbrengsten uit collecten, mailingacties, giften, nalatenschappen, loterijen en subsidies te krijgen. Een voorbeeld van beheerskosten zijn administratiekosten.
Wat een ‘redelijke verhouding’ is, is (onder andere) afhankelijk van de aard van de ANBI. Een zuiver fondsenwervende instelling zal in het algemeen meer kosten moeten maken dan een zuiver vermogensfonds.
Uit de regelgeving (de statuten) moet blijken dat als er bij opheffing van de instelling een positief saldo is, dat moet worden besteed aan een soortgelijk doel als dat van de opgeheven instelling.
Een ANBI moet verplicht een administratie voeren. Uit deze administratie moet blijken:
· |
welke bedragen er (per bestuurder) aan onkostenvergoeding en vacatiegelden zijn betaald. Zo kan de Belastingdienst beoordelen of de bestuursleden bovenmatige onkostenvergoedingen en/of vacatiegelden ontvangen. |
· |
welke bedragen zijn uitgegeven aan het werven van geld en het beheer van de instelling. Dat geldt ook voor alle andere kosten. Zo kan de Belastingdienst beoordelen of er een redelijke verhouding is tussen de kosten en de bestedingen. |
· |
wat de aard en omvang van de inkomsten en het vermogen van de instelling is. Zo kan de Belastingdienst de bestedingen van de ANBI beoordelen op het bestedingscriterium. |
Uitgangspunt van de regeling is dat om de fiscale voordelen te verkrijgen, een instelling vooraf bij beschikking door de Belastingdienst is aangewezen als een ANBI.
Het aanwijzen als een ANBI gebeurt daarom niet met terugwerkende kracht. Toch is dit (in bijzondere gevallen) wel mogelijk. Dat kan bijvoorbeeld als een ANBI via uiterste wil (de inhoud van een testament) is opgericht.
De Belastingdienst maakt begin 2008 op deze site bekend welke instellingen zijn aangewezen als ANBI. Als een instelling niet meer als een ANBI is aangewezen, maakt de Belastingdienst dat ook bekend. De Belastingdienst maakt alleen de naam en vestigingsplaats van de instelling bekend en de datum vanaf wanneer een instelling als ANBI wordt aangewezen. Als een instelling niet meer als ANBI is aangewezen, maakt de Belastingdienst dat met de datum van intrekking ook op deze site bekend.
Het is mogelijk om meerdere instellingen bij 1 beschikking aan te wijzen als ANBI. Dit kan alleen bij een specifieke categorie instellingen, of een groep met elkaar verbonden instellingen. Bijvoorbeeld de instellingen die horen bij de Protestantse Kerk Nederland. De groepsleden moeten voor de Belastingdienst identificeerbaar zijn. Bij het aanvragen van een groepsbeschikking moet daarom aangegeven worden welke instellingen onder de groep vallen.
Alleen de instellingen die voldoen aan de eisen van de ANBI-regeling kunnen in de beschikking worden opgenomen.
Het is mogelijk dat niet alle instellingen in een groep aan de vereisten voldoen om als ANBI aangewezen te kunnen worden. Een instelling die niet aan de vereisten voldoet, kan dan niet in de groepsbeschikking worden opgenomen.
Het is mogelijk dat een instelling die bij een groep hoort op een bepaald moment niet meer voldoet aan de vereisten. Als in dat geval de groepsbeschikking wordt ingetrokken, verliezen alle instellingen hun ANBI-status. Om dat te voorkomen, is geregeld dat er geen gevolgen zijn voor de overige instellingen binnen de groep. De instelling die niet meer aan de vereisten voldoet, verliest haar ANBI-status, maar de rest blijft deze status wel behouden.