Navigatie overslaan en naar de inhoud
- Vanmorgen werd om 6.30 de toeter geblazen. De “nieuwen” horen dat voor ’t eerst. ---- Bij het opstaan is het droog maar tijdens het snelle ontbijt, boterhammetje voor onderweg klaarmaken en de tent en spullen inpakken begint het steeds meer te regenen. Bij het vertrek om 8.00 uur stipt regent het echt.
We rijden langs de autosnelweg M7. Het verkeer raast 2 banen breed langs ons heen. Wij op de vluchtstrook voor zover aanwezig komen van alles tegen: allereerst vooral veel gaten waar we elkaar voor moeten waarschuwen. Dat lukt niet altijd wat lekke banden oplevert en dat is zeker niet prettig in de soms stromende regen. Echt warm is het ook niet meer. Zo’n 15 graden C. We denken met weemoed aan de hitte thuis. Wat we nog meer tegenkomen zijn afgebroken uitlaten, kapotte banden, stukken hout, klinkers en last but not least een heuse doodgereden wolf. En vast geen kleintje. Auto’s met pech staan er ook regelmatig waarvoor wij de drukke rijbaan op moeten.
We rijden twee aan twee en draaien door op kop zodat ieder aan de beurt komt om voorop te rijden. Het waait wel niet hard maar toch scheelt het. Het blijft maar regenen. Na 50 km vinden we prompt een goede koffietent. Die ziet er na onze binnenkomst niet uit. Overal zand en een laagje water op de vloer. Wij worden weer warm en krijgen gelukkig een ruime pauze. Als we na een uurtje vertrekken is het zowaar droog. In no time zijn de jasjes droog en voelt ieder zich wat behaaglijker. Ook het zicht rondom komt voor de dag. Een vrijwel onbewoonde landstreek, vrij eentonig meestal maar soms doorsneden door een beek waardoor het er ineens aardig uitziet. Land genoeg maar geen boer of koe te zien. Water en klei is er ook genoeg dus groeien kan het. Na een half uurtje is het uit met de pret: het wolkendek sluit zich weer en de grauwe regensluier daalt weer neer. We krijgen onze vuurdoop of letterlijk genomen eerder onze waterdoop.
De lunch gebruiken we na de gebruikelijke 100 km. bij de Ural. Samengepakt onder het uitgespannen zeiltje staan we bibberend te eten. Een kopje thee of soep is het enige wat ons iets verwarmt. Het blijft regenen, de hele dag. Zoveel nattigheid hadden de “oude” rijders nog niet gehad. Het blijft een monstertocht. Om half vijf proberen we een kampeerplek te vinden. Volgens de oudgedienden moet het kunnen: natte tenten opzetten en warm worden in klamme slaapzakken. Ik ben blij dat er van afgezien wordt en we 15 km verder rijden om in een grotere plaats een hotel te zoeken. Dat is er! Maar wat voor hotel. Echte Russische kwaliteit. Sanitair wat nodig een onderhoudsbeurt behoeft, waar een woningstichting in Nederland direct iets aan zou doen. Als er een van de kamers blank staat vanwege lekkage vindt niemand het nodig om daar wat aan te doen. Kranen kunnen of niet open of blijven gedurig lopen. Toch zijn we blij met dit onderkomen. Na een maaltijd bij de Ural op de parkeerplaats is iedereen weer op temperatuur en in een goed humeur. De regen is gestopt. Morgen weer een dag met……