Navigatie overslaan en naar de inhoud
- Vanochtend opgestaan bij een temperatuur rond het vriespunt bij een koude noordenwind onder een stralend blauwe lucht. We rijden de gehele dag met de wind in de rug door schitterende uitgestrekte laaglandgebieden met eindeloze graanvelden en aan grote meren gelegen dorpen. Het terrein is licht glooiend en voornamelijk goed asfalt. Er lopen enorme kuddes koeien en paarden, welke de ene keer begeleid worden door een herder te paard en de andere keer gewoon vrij rond lopen.
We slaan ons kamp na plm. 175 kilometer op aan de rand van een enorm meer en kunnen het ruisen der golven in onze tent horen. Spontaan komt er later op de avond een bewoner uit het dorp met zijn accordeon en nadat hij enkele glazen wodka op heeft, vergast hij ons op een stuk typisch Russische muziek. Zijn vrouw (we schatten haar op plm. 70 jaar) komt met een mond vol gouden tanden naast hem zitten en zingt enkele liedjes met hem mee. Bij navraag blijkt ze 46 jaar te zijn. Het barre klimaat en de bittere armoede laten duidelijk hun sporen na.