Band tussen steden aan Houkesloot en Donau

U bevindt zich hier:

Ondernemer Boersma smeedt band tussen steden aan Houkesloot en Donau

(bron: "De Rotarian")

Oltenita, stad van rond de 30.000 inwoners in het arme deel van Roemenië, ligt aan de beroemde rivier de Donau. Eén van de belangrijkste werkgevers is (een deel van) de voormalige staatswerf, waar sinds negen jaar voor Nederlandse rekening plezierjachten worden gebouwd en tunnels voor schroefassen.

Sneek, stad met ruim 32.000 inwoners in het rijke Nederland, ligt aan de minder bekende Houkesloot die evenwel ’s zomers door duizenden pleziervaarders wordt bevaren op weg naar het Friese merengebied. Vele jachtwerven maar ook andere industrie en nijverheid zorgen voor welvaart.

Tot zover de verschillen, want Sneek en Oltenita hebben ook iets gemeenschappelijks: een Rotaryclub. Karel Boersma woont in de Waterpoortstad, maar is werkgever in Sneek en Oltenita. Hij zag het contact geboren worden en opgroeien.

‘Het is allemaal begonnen toen twee leden van de Rotaryclub Sneek, die ik via een andere vriend kende, wat wilden doen voor Roemenië. Tandarts Han Dusseldorp vernieuwde zijn praktijk en verzekeringsman Rob Planten de Vassy wilde zijn afgeschreven computers schenken aan een onderwijsinstelling.’

Boersma nam de ‘aanbiedingen’ mee naar Oltenita en zo werden de eerste contacten gelegd, contacten die allengs terecht kwamen onder de paraplu van Rotary Sneek.

Het geschonken materiaal werd met goederenzendingen voor de jachtwerf meegestuurd en Boersma hield ter plekke in de gaten hoe een en ander terecht kwam. Later is de feitelijke uitvoering overgenomen door een Friese stichting, die zich met de hulp aan Roemenië bezig houdt.

Identiteitscrisis

Ik was zelf door een “identiteitscrisis” in Roemenië terecht gekomen. Vanaf mijn zestiende heb ik altijd gewerkt. Mijn vrouw en ik zijn een sabbatical year al zeilend door gaan brengen op de Middellandse Zee.’

Daar besloot Boersma door te gaan in de jachtbouw en te profiteren van de mogelijkheden die Oost-Europa bood. Boersma reisde naar Boekarest, vroeg namen van werven en hobbelde vervolgens naar Oltenita waar hij zich bij de poort van de staatswerf meldde.

‘Na een half uur ging de slagboom open en kon ik naar de directeur. We praten een uurtje, toen omarmde hij mij en zei dat wij het samen best zouden rooien.’

Directeur George Bozano kreeg gelijk. Boersma heeft een deel van de (inmiddels voormalige) staatswerf overgenomen en bouwt er nu zijn Stentorjachten, waarvan er inmiddels bijna 50 verkocht zijn.

Matching Grant

De contacten tussen Boersma, zijn Sneker kompanen (mede-Rotarians waren het nog niet, want de club in Oltenita moest nog worden opgericht) en Roemenië werden geïntensiveerd. Een project om het ziekenhuis van hulpgoederen te voorzien, werd opgezet. Een concert van de wereldberoemde King Singers, onder meer bijgewoond door Bozano en de directeur van het ziekenhuis in Oltenita, bracht 50.000 gulden op. Dankzij een ‘matching grant’ kwam er meer dan een ton beschikbaar.

Een voor de Roemenen onvoorstelbaar groot bedrag, zoals zoveel zaken uit het Westen voor hen onvoorstelbaar zijn. Het zal zeker nog tien jaar duren voordat dat deel van de Balkan zelfs maar aan de westerse welvaart gaat ruiken.

Schouders eronder

Roemenië kent geen cultuur om er met elkaar de schouders onder te zetten. Het communistische verleden leverde een systeem op van ieder voor zich. Een gemeenschappelijk ideaal ontbreekt nog.’

Boersma had gehoopt dat een Rotaryclub in Oltenita dat mechanisme in ieder geval op lokale schaal kon doorbreken. Samen met George Bozano kreeg hij twintig vooraanstaande mannen bijeen voor het oprichten van een club.

‘Probleem is dat veel mensen het lidmaatschap van Rotary zien als een investering die rendement op moet leveren. En dat is dus niet het geval. Het patroon van onze bijeenkomst wijkt ook nog af van wat we buiten Roemenië gewend zijn. Een maaltijd, goed voor de fellowship, is er niet bij. We praten even, dan klinkt de bel en dan wordt er vergaderd.’

Boersma constateert dat de opbouw van de club eenzijdig is. Voor niet-zakenmensen is de contributie te hoog, een gevolg van de strakke Amerikaanse voorschriften. Mensen uit de gezondheidszorg en andere niet-direct-produktieve beroepen willen wel graag lid worden, maar vinden de contributie te hoog.

Dat probleem speelt ook in andere voormalige Oostbloklanden. Om de noodzakelijke verbreding te bevorderen, zouden districten en clubs buiten Roemenië hun zusterclubs misschien kunnen sponsoren om de contributie op een aanvaardbaar niveau te krijgen.

Kennisuitwisseling

Boersma heeft over hulpacties ook een uitgesproken mening. Goederen sturen prima, maar niet in de vorm van bijvoorbeeld afgeschreven operatiekamers. ‘Zaken die de patiënten direct ten goede komen, daar gaat het om. Een goede Roemeense chirurg opereert bij wijze van spreke net zo lief met een zakmes in een veldhospitaal.’

Nog beter is dat er meer kennisuitwisseling op gang komt. ‘Daar zit Roemenië op te wachten; onze know how kan het land de goede kant op duwen. Roemenen zouden moeten worden uitgenodigd om te komen leren.’

Misschien komt dan de door hem zo gewenste verbreding binnen de Rotaryclub Oltenita ook op gang, want anders ziet de toekomst van de club somber in. De club zal wel blijven bestaan, maar het Rotaryideaal van een brede maatschappelijke afspiegeling kun je wel vergeten.

En de Roemeense bevolking, hoe kijkt die tegen Rotary aan? ‘Een tijdje terug reisde kwam een zigeuner naar onze clubbijeenkomst. Hij had met zijn zoontje, paard en wagen veertig kilometer gereisd. Het kind moest in het buitenland geopereerd worden en hij kon nergens meer voor hulp terecht. Wij waren zijn laatste hoop. Voor veel Roemenen zijn wij, is Rotary, blijkbaar de laatste strohalm.’

Image Navigation

Wevolve