Navigatie overslaan en naar de inhoud
Rita Knijff-Pot
Na het 49ste clubbezoek ging Paul's kerstreces op 22 december in, het gouverneursjasje naar de stomerij en dat alles was reden voor vrolijkheid. Meer nog, dat op eerste kerstdag alle kinderen, met aanhang, thuis kerstvierden. Dat we dat niet als vanzelfsprekend beschouwen is duidelijk en dat met die gewoonte volgens de opiniebladen moet worden afgerekend omdat het lijkt op een kwalificatie van goed ouderschap is nonsens. Aan tafel zitten met een bosje luidruchtige studenten waarbij de meningen ons om de oren knalden als ongecontroleerd vuurwerk en we 'en passant' sintekerst vierden met gedichten die er ook niet om logen, was toppie.
Tweede kerstdag kon Paul het niet laten 'even' naar de mail te kijken terwijl ik tevreden heen en weer trippelde tussen huis en auto om de kersthappen en cadeaus veilig te stellen, die we meenamen op onze tocht naar Limburg. Het was stil op straat. De lantaarns brandden al omdat de grauwe lucht hen daartoe uitnodigde. De lovertjes op mijn Indiase jas, met kleuren uit duizend en een nacht, vonkten bij elke beweging alle kanten uit. Vanuit het niets kwam een fietser langszij, die riep: 'Je hebt een toverjas aan'. Paul kwam naar buiten en vroeg, 'Een bekende van je?' Het was de witte dame en ik realiseerde me dat ze al even niet meer in de buurt was gesignaleerd. Vandaag ging ze echter niet in het wit gekleed. Dat kon twee dingen betekenen, maar daarover wilde ik nu mijn hoofd niet breken. Blij gestemd gingen we op pad naar mijn familie om kerst te vieren. Mét mijn zieke broer die zich wat minder ziek voelde. Een klein wonder.
Onderweg ging het gesprek, had ik iets anders verwacht, over Rotary. We namen gewoon even de eerste helft van het gouverneursjaar door. De merkwaardige voorvallen en de leuke. Het blijft een raadsel waarom mensen die het maatschappelijk gezien goed voor elkaar hebben, als je ze bij elkaar in een club stopt, er vaak een puinhoop van maken. Het verzoekschrift aan RI, dat Paul geacht werd te schrijven voor een club die zijn administratie niet op orde had, met de vraag of ze geen rente hoefden te betalen als de bijdrage niet op tijd binnen was. Een rotarian die in zijn ongenuanceerde kritiek kennelijk vergat dat de Four Way Test niet bedoeld is om elkaar de maat te nemen, maar om je eigen denken, zeggen en doen te toetsen. Ik deed ook maar mijn duit in het zakje door het kerstdiner van een club te memoreren waarbij ik eveneens was uitgenodigd. 'Sois belle et tais tois' leek het devies voor de avond. Dankzij een vriendin, inmiddels lid van die club, haar echtgenoot en een leuke begin dertiger, als voorzitter van een dynamische mix mannen en vrouwen, was het een sfeervolle bijeenkomst.
Halverwege het gouverneursjaar zijn, het lijkt op een gebroken boekjaar van een bedrijf. In september pas echt in actie komen en eind juni klaar zijn. Welke goede voornemens zijn nog te bedenken? In het tweede halve jaar dreigt het thema een beetje te verbleken omdat de opvolgers begin februari uit Amerika komen met het nieuwe motto. Het gehijg in de nek gaat dan beginnen terwijl de finests hours er nog aan dienen te komen in de vorm van de districtsconferentie. De gouverneurs gaan ter contemplatie een dagje op de hei zitten, om op hersenschimmen te jagen.
Ik ga dan naar engelen kijken in het museum van het Catharijneconvent. Engelen, de gevleugelde koeriers tussen hemel en aarde. Omdat het bij de eindejaarstijd hoort en één gedachte overeind moet blijven: dat het goede zal zegevieren. Dat waarschijnlijk de sprookjes van Grimm en Andersen ook een stevige stempel in mijn ziel hebben gebrand, neem ik voor lief. Engelen, voorkomend in jodendom, islam en christendom. Welke religie men aanhangt doet er in het licht van de eeuwigheid niet toe. Wél een uitspraak van een voorzitter die 'Alice in Wonderland' erbij haalt, als hij 'Lead the way' aan zijn clubleden uitlegt. Alice ontmoet de kat en vraagt: 'Kunt u mij de weg wijzen?' De kat antwoordt: 'Natuurlijk, zeg mij maar waarheen je wilt gaan.'