clubstatistiek

statistiek

“There are three types of lies -- lies, damn lies, and statistics.”
― Benjamin Disraeli

gegevens uit LeAd

 

Maten om de vitaliteit van een Rotaryclub te kenschetsen zijn: het percentage vrouwen, het percentage jongeren, het percentage "modale" Rotarians, het percentage bejaarden, en het verloop.

 

gemiddelde leeftijd club

60,2 jr

gemiddelde leeftijd nieuwe leden

47,5 jr

aantal nieuwe leden (laatste 6 jaar)

11

aantal leden bedankt (laatste 6 jaar)

26

waarvan na een lidmaatschapsduur <= 4 jaar

3

 

statistische kengetallen

 

kenmerkend voor centrum en spreiding van een verdeling

 

Een BOX-PLOT is een eenvoudige grafische voorstelling, waarbij de club is verdeeld in vier gelijke kwarten. Centrummaten als gemiddelde, mediaan en modus zijn gemakkelijk af te lezen, evenals spreidingsmaten als kwartielafstand of spreidingsbreedte. Ook is met één blik te zien dat de helft van onze club ouder is dan 62,5 jaar, en een kwart zelfs ouder dan 71 jaar, enz…

 

actuele leeftijdsopbouw

 

een ruime overmaat aan krasse knarren, dus…

 

verjonging

 

"Rotaryclubs zouden hun oudere leden moeten aanmoedigen om over te stappen naar een club van past-Rotarians, teneinde beide organisaties te verjongen…"

"Rotaryclubs met een hoge gemiddelde leeftijd zouden hun oudere leden moeten aanmoedigen om plaats te maken voor jongeren, teneinde de club aantrekkelijk te houden (maken) voor jonge professionals…"

 

In 1989 werd de club van past-Rotarians EmmenPlus opgericht. Waarom eigenlijk? De club had toen driemaal zoveel jongeren als nu, en slechts drie vijfde van het huidige aantal 65+'ers. Niet bepaald het soort club dat nodig aan verjonging toe was. Feit is, dat deze verjongingskuur op termijn noch de veroudering van onze club heeft kunnen tegenhouden, noch de club aantrekkelijker heeft weten te maken voor jongeren…

 

 

Wel ging het voor onze Rotaryclub gepaard met een dramatische uitstroom van maar liefst twaalf leden tegelijk. De gemiddelde leeftijd ging – voorspelbaar - omlaag, van 56 naar 54,2. En het aantal 65+'ers daalde met 35%.

Echter, een paar jaar na de afsplitsing - in 1993 - bleek het aantal 70+'ers nog net zo hoog te zijn als ervóór, maar de jongere groep van waardevolle 60- tot 70-jarigen was gehalveerd! Fijn voor de nog jonge club van past-Rotarians, maar door de resterende Rotaryclub werd het gevoeld als een gemis, niet als opluchting…

Werd onze club dan door deze afsplitsing aantrekkelijker voor young professionals? Nou nee. Van 1987 – 2003 daalde het aantal jongeren in ras tempo met 60% tot het huidige niveau van ±10%. En dat in een tijd dat de gemiddelde leeftijd van onze club lag op 54,2 jaar, de helft van de club jonger was dan 52, en slechts een kwart van de club ouder was dan 60! Dus leeftijd kan toen niet het probleem zijn geweest. Waarschijnlijk zijn er veel trivialere oorzaken ("te duur", "niet elitair genoeg", "te weinig uitstraling", "vergaderend op minder geschikte tijden voor jonge gezinnen met tweeverdieners", enz.).

 

leeftijdsopbouw 1987-heden

In de kiem blijkt het probleem van die ruime overmaat aan krasse knarren al aanwezig in 1987, in de vorm van een piek van jonge leden. In de zes daaropvolgende jaren wordt het probleem versterkt. En die piek rolt door de jaren heen steeds verder naar rechts, tot het de grijze golf van nu is geworden. Conclusies voor het te voeren ledenbeleid mag een ieder zelf trekken.

Wat te doen met die grijze golf? Niets, lijkt mij. Ruim een kwart van onze club mag dan - sociologisch gezien - seniel zijn, maar daarom zijn ze nog niet seniel, als u begrijpt wat ik bedoel… Trouwens, die trotse piek van oude mannen gaat na de laatste seniorenuittocht al wat slap hangen, en over tien jaar zal hij geheel of bijna geheel zijn verdwenen… Ofwel, om Bob Dylan maar eens te citeren:

"Time is an ocean, but it ends at the shore
You may not see me, tomorrow…"

Rustig laten uitrollen op het strand van de tijd, dus…

 

 

verloop

We hebben de neiging om onze club naar buiten toe voor te stellen als een wat oudere, maar stabiele club. Het kost wat moeite om nieuwe leden te werven, maar als ze eenmaal lid zijn, blijven ze dat tot in lengte van jaren:

"Er is weinig verloop van leden, omdat de club vanzelf een vriendenclub wordt. Dat is toch een grote kwaliteit van de club."

Een mooie kenschets van onze club tot ruwweg 1990 – maar helaas… – die periode is definitief voorbij! Van de 73 leden die sinds het clubjaar 1978-1979 zijn geïnstalleerd, zijn er 43 (= 59%) nog lid, 30 (= 41%) zijn inmiddels weer afgevallen, waarvan een kwart na een lidmaatschap, korter dan vier jaar!

 

 

Deze grafiek heeft twee verticale assen: links het verloop in % (corresponderend met de rode en de gele lijn), en rechts het aantal clubleden (de grijze lijn). De rode lijn toont het netto verloop in % per clubjaar. De gele trendlijn toont het zwevend zesjaarsgemiddelde van dit verloop (dit getal wordt nl. ook in LeAd vermeld). Het verlooppercentage vertoont een duidelijk stijgende trend, en nadert nu de 8%. Als die trend doorzet, gaan er de komende tien jaar 33 leden bedanken! Deze stijging van het verlooppercentage wordt niet gecompenseerd door de toetreding van nieuwe leden. Netto resultaat: een dalend ledental…

 

de club krimpt

 

 

De ledenaanwas – over de laatste twintig jaar gemiddeld 2 nieuwe leden per jaar – was lange tijd voldoende om het verloop op te vangen, en een redelijk stabiele nulgroei te bewerkstelligen. Maar nu niet meer. Net als Rotary NL wordt ook onze club de laatste jaren gekenmerkt door een duidelijk negatieve groei…!

Wanneer dit uitsluitend het gevolg zou zijn van enerzijds het "uitsterven" van de geboortegolf, en anderzijds het halveren van het aantal beschikbare vissen in de vijver ten opzichte van 1980, dan zou er niet zoveel aan de hand zijn. Dan stabiliseert zich het aantal leden vanzelf op een lager niveau.

Aan de andere kant, het aantal beschikbare vissen in de vijver mag dan zijn gehalveerd, maar toen kenden we een vrijwillige vangstbeperking van 50% - de vrouwelijke vissen werden in die jaren per definitie ongeschikt bevonden en teruggegooid…! Die vangstbeperking is inmiddels - enigszins verlaat - opgeheven. Dus per saldo is het aantal te vangen vissen niet echt veranderd. Zou het dan toch liggen aan een verminderde aantrekkingskracht van Rotary? Dan hebben we een probleem…

 

"kwaliteit gaat vóór kwantiteit"

 

Inderdaad. Met de kwaliteit van jonge professionals – onze potentiële kandidaat-leden – is helemaal niets mis. Dus wat mankeert er aan de kwaliteit van onze club, dat men het niet langer als een eer beschouwt, om gevraagd te worden voor "een actuele, eigentijdse en relevante internationale serviceorganisatie van maatschappelijk betrokken beroepsbeoefenaren, die de kernwaarden vriendschap, integriteit, diversiteit, service en leiderschap hoog in het vaandel dragen"? Of zijn wij niet zo actueel, eigentijds en relevant als we zelf denken…?