HET VERHAAL
VAN HET VERANDERENDE VERHAAL

sonja van beveren

(uit mijn boek Voor Meta, de kracht van zachte verhalen - 2010)

“Mam, vertel je het verhaal van de adelaar nog een keer?” vraagt Sophie terwijl ze me aankijkt. Ik zit naast haar, op de rand van het bed. “Natuurlijk Sophie, met alle plezier, het is een mooi verhaal om lekker van te dromen.” “Ja, daar heb ik zin in,” zegt Sophie, “dat vind ik hartstikke leuk. Ik doe lekker mijn ogen dicht mam, en dan luister ik naar je verhaal.” Ik kijk mijn dochter, die haar ogen al dicht heeft gedaan, even aan. Ze is helemaal klaar om het verhaal te ontvangen.

En dan begin ik te vertellen…

 

Een man loopt langs de kant van de weg. Het is een mooie zonnige dag, hij voelt de warmte van de zon op zijn gezicht en hoort de geluiden van de vogels en de insecten om hem heen. Terwijl hij daar zo loopt vindt hij het ei van een adelaar. Hij bekijkt het ei van alle kanten, stopt hem in zijn jaszak en neemt het mee naar huis, naar zijn boerderij. Daar aangekomen stopt de man het ei in het nest van een broedende kip op het boerenerf. De jonge adelaar komt tegelijk met de andere kuikens uit het ei en ze groeien samen op. Vele jaren doet de adelaar wat de kippen ook doen. Hij krabbelt in de aarde om wormen en andere insecten te zoeken. Hij tokt en kraait. Zo heel af en toe beweegt hij zijn vleugels en vliegt dan een stukje van de grond. De jaren gaan voorbij, de adelaar wordt ouder. Op een dag ziet hij een schaduw boven zich, en als hij omhoog kijkt ziet hij een prachtige vogel aan de wolkenloze hemel. De vogel zweeft koninklijk en gracieus in de sterke wind, met nauwelijks een slag van zijn sterke gouden vleugels. De oude adelaar ziet de scherpe blik, de kromme snavel, de glanzende gouden veertjes op zijn kop die bewegen in de wind. Hij kijkt vol bewondering toe. “Wie is dat?” vraagt hij zachtjes. “Dat is de adelaar, de koning onder de vogels,” zegt zijn buurvrouw. “Hij hoort thuis in de lucht, zoals wij op de grond thuishoren - wij zijn kippen.” De adelaar kijkt nog eens omhoog, en met een zucht gaat hij verder. Hij krabbelt in de aarde op zoek naar wormen en insecten en af en toe tokt en kraait hij. Zo nu en dan beweegt hij zijn vleugels en vliegt een stukje van de grond. Zo leeft hij nog vele jaren, tot hij sterft. Als een kip.

Sophie opent haar ogen, ze glanzen als ze me aanspoort om verder te vertellen. “Dit is geen leuk einde mam, ik vind het zielig.”
“Doe je ogen maar weer dicht Sophie, dan zal ik verder gaan met het verhaal. Want verhalen zijn net als mensen, ze kunnen veranderen. Het is maar net wie het vertelt of wat je wilt horen.” Sophie heeft haar ogen alweer dicht, vol verwachting op wat er komen gaat. “Het begin van het verhaal is hetzelfde, tot het moment waarop de adelaar de schaduw boven zich ziet,” zeg ik.

Op een dag ziet hij een schaduw boven zich, en als hij omhoog kijkt ziet hij een prachtige vogel hoog boven hem aan de wolkenloze hemel. De vogel zweeft koninklijk en gracieus in de sterke wind, met nauwelijks een slag van zijn sterke gouden vleugels. De oude adelaar ziet de scherpe blik, de kromme snavel, de glanzende gouden veertjes op zijn kop die bewegen in de wind. Hij kijkt vol ontzag omhoog en dan kijkt hij naar zichzelf. Weer even omhoog, en dan weer naar zichzelf. Hij kijkt en kijkt... en dan ineens, zonder er verder over na te denken, neemt hij een aanloop. Hij rent en rent tot de wind onder zijn vleugels komt. Hij vliegt! Hoger en hoger, en hij cirkelt in langzame rondjes steeds hoger en hoger! Hij vliegt, hij zweeft, en hij geniet van alles wat hij ziet terwijl hij naar beneden kijkt. Hij ziet de bomen, het groene gras, het water van de zee en de rivieren. Hij vliegt en vliegt en geniet met volle teugen.

Sophie slaakt een diepe zucht. “Dat is mooi mam, dat die vogel zo ineens toch gaat vliegen. Veel mooier dan wanneer-ie doodgaat, daar word ik verdrietig van. Ik ben blij dat-ie nu wel kan vliegen. Wat gaat ie nu verder doen, mam, blijft-ie alleen maar vliegen of gebeurt er nog meer?”

“Geduld Sophietje, laat me even op adem komen. Dus jij wilt graag dat er nog meer gaat gebeuren? Tja, het verhaal kán inderdaad steeds weer veranderen,” zeg ik. En terwijl ik mijn dochter nog eens lekker instop onder de warme dekens ga ik verder.

De adelaar kijkt en kijkt... en dan ineens, zonder er verder over na te denken, neemt hij een aanloop. Hij rent en rent tot de wind onder zijn vleugels komt. Hij vliegt! Hoger en hoger, en hij cirkelt in langzame rondjes steeds hoger en hoger! Hij vliegt, hij zweeft, en hij geniet van alles wat hij ziet terwijl hij naar beneden kijkt. Hij ziet de bomen, het groene gras, het water van de zee en de rivieren. Hij vliegt en vliegt en geniet met volle teugen. Tot hij op een dag nieuwsgierig wordt naar hoe het gaat op de boerderij. Hoe gaat het met de kippen? Hoe gaat het met ze? Hij vliegt terug naar de boerderij. Daar aangekomen cirkelt hij hoog in de lucht boven het boerenerf. Als hij naar beneden kijkt, kan hij zijn ogen haast niet geloven. Hij ziet daar allerlei dieren. Giraffen, leeuwen, zebra’s, tijgers, olifanten, pinguïns, muizen en nog véél meer dieren. Allemaal krabbelen ze in de aarde om te zoeken naar wormen en andere insecten. Ze tokken en ze kraaien. Vol verwondering kijkt de adelaar naar beneden. “Nou begrijp ik het,” fluistert de adelaar zachtjes. Op dat moment maakt hij de keuze om zijn verhaal te gaan vertellen, en heel langzaam cirkelt hij naar beneden, naar de grond.

Sophie is in slaap gevallen. Ik kus haar zachtjes op haar voorhoofd en ga heel stilletjes de kamer uit.

 

Sonja van Beveren