Water en Ontwikkeling in Gambia

Water en Ontwikkeling in Gambia

Rotaryclub Gouda-Bloemendaal voelt het, als onderdeel van Rotary International en uit persoonlijke overwegingen van haar leden, als haar morele, maatschappelijke verplichting om een bijdrage te leveren aan het bestrijden van met name armoede en honger in de derde wereld, en waar mogelijk te helpen met de opbouw van landen in de derde wereld, onder ander door het verbeteren van de onderwijsvoorzieningen.
Daarom is in het clubjaar 2005/2006 het initiatief genomen om, in navolging van andere Rotaryclubs, een drinkwaterproject in Afrika te realiseren. Daarbij werd aangesloten op initiatieven van de Verenigde Naties en Rotary International, die het verhelpen van het schrikbarende tekort aan drinkwater in veel landen van de wereld tot speerpunt van de activiteiten in het kader van Community Service hebben verklaard.
Het project moet echter meer zijn dan alleen een drinkwatervoorziening wil een duurzame bijdrage geleverd kunnen worden.
Alvorens tot een projectdefinitie en -keuze te komen, werd een aantal uitgangspunten geformuleerd:
* een dorp of regio in een zeer nooddruftig gebied in Afrika
* er moet sprake zijn van ernstige watertekorten, die door het slaan van waterputten gelenigd kan worden
* basisonderwijs is aanwezig, doch schiet ernstig tekort door gebrek aan huisvesting, studiemateriaal enz.
* het bevorderen van de economische ontwikkelingen ter plaatse
* de problemen moeten structureel, langdurig verholpen worden
* het project moet het ter plaatse "doorontwikkelen" van de initiatieven op eigen kracht bevorderen
* ter plaatse controle op de juiste besteding van gelden c.q. op de realisatie van het project/de projectonderdelen
* gebruikmaken van betrouwbare contacten ter plaatse, welke ervaring hebben met soortgelijke projecten.

Via via kwam Rotaryclub Gouda-Bloemendaal in contact met Stichting Kinderen van Gambia en heeft gekozen, na een aantal mogelijke (alternatieve) projecten en landen in Afrika te hebben onderzocht, om een "totaalproject" in Gambia in de plaats Yallow Kunda uit te voeren in samenwerking met voornoemde stichting.

Stichting Kinderen van Gambia

De stichting Kinderen van Gambia is in 1995 opgericht door Jan Willem van Besouw en zijn (onlangs overleden) vrouw Nell. Op een vakantiereis in oktober 1994 werd Jan Willem van Besouw getroffen door de enorme armoede, maar eveneens door de levensblijheid van de plaatselijke bevolking. Na een tweede bezoek aan het land, nu samen met zijn vrouw, werd besloten Stichting Kinderen van Gambia in het leven te roepen. In het huidige bestuur heeft ook zitting Marijke Mosk, die ongeveer 10 jaar geleden op soortgelijke wijze startte met kleinschalige projecten in Gambia.
Het eerste project van de stichting was de renovatie van een door een storm totaal vernield schoolgebouw in Pakaliba en een op het schoolterrein aanwezige waterpomp. Wat aanvankelijk kleinschalig begon, breidde zich in de loop der jaren aanzienlijk uit. Mede dankzij ondersteuning van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking (subsidies via NCDO, welke instantie ook controle op de projecten uitvoert!) werden enkele consultatie-bureau´s, 2 kraamklinieken, 2 kleuterscholen en een (nog steeds goedlopend) landbouw-project in het dorp Buniadu opgezet. Daarnaast werden en worden scholen voorzien van leermiddelen. Op enkele plaatsen werd een waterput geslagen.
De stichting heeft een eigen lokale, betrouwbare, om niet werkende coördinator, die alle projecten regelmatig bezoekt en controleert. De bestuursleden van de stichting reizen voor eigen rekening in het algemeen tweemaal per jaar af naar Gambia voor overleg met de coördinator, alsmede met stamhoofden en inwoners van de dorpen, waar projecten zijn uitgevoerd of waar een project ter hand zal worden genomen. De stichting is aldus ervan verzekerd dat 98% van de door haar gerealiseerde projecten ook daadwerkelijk aan de verwachtingen voldoet.
Meer informatie is te lezen op de website www.kinderenvangambia.nl

Gambia

Het tropische land Gambia ligt aan de westkant van Afrika, omsloten door het land Senegal, en behoort volgens NCDO tot de armste landen van Afrika. De naam is ontleend aan de rivier Gambia, die van oost naar west loopt in het ongeveer 300 kilometer lange en 40 kilometer brede land. De oppervlakte is 11.300 km², een vierde van Nederland. Er zijn 2 belangrijke wegen: de verharde weg aan de noordkant van de rivier en de onverharde weg aan de zuidoever.

Het aantal inwoners is 1,7 miljoen, de hoofdstad Banjul telt 55.000 inwoners. Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt € 27 per maand.
De officiële taal is Engels, ofschoon lang niet iedereen die taal spreekt (zeker niet in de binnenlanden). De nationale talen zijn Madinka, Wollof en Fula.
De bevolking bestaat uit 98% Afrikanen, waarvan 40% Madinka, 20% Fula, 15% Wollof en 10% Jola en 10% Serahuti. Van de bevolking is 90% Moslim en 9% Christen.
In economisch opzicht ontwikkelt Gambia zich onvoldoende, mede doordat het land geen natuurlijke rijkdommen, zoals grondstoffen, mineralen of een overvloedige flora en fauna, kent. In beperkte mate is er een vis- en visconservenindustrie in de kuststreek, alsmede zijn er pindaculturen. De toeristenindustrie aan de kuststreek is ruim 10 jaar geleden op gang gekomen, maar kent geen grote progressie. Bovendien zijn het met name de buitenlandse investeerders, die profiteren van het toerisme.
Voor de eigen voedselvoorziening zijn er kleinschalige landbouwbedrijven, maar voor de meeste inwoners van Gambia is het elke dag weer zien te overleven: lang niet elke inwoner, en zeker niet diegenen, dien in de binnenlanden wonen, komen aan een inkomen van € 27 per maand. Dit gemiddeld inkomen wordt vertekend door de Gambianen, die een hoger inkomen hebben. Voor de overigen ligt het maandinkomen veel lager, soms zelfs tot (nagenoeg) nihil aan toe.

Yallow Kunda

Yallow Kunda - de naam betekent: dorp van de familie Kunda - is een dorp op de North Bank van Gambia, gelegen tussen Kaur (waar de stichting ook projecten heeft gerealiseerd) en het stadje Georgetown, op ongeveer 4 uur rijden van de hoofdstad Banjul.

Yallow Kunda heeft een bevolking van ongeveer 1.000 inwoners. Het dorp heeft geen (drink)watervoorziening. Het dorp beschikt sinds kort over een lagere school met 250 leerlingen in 3 lokalen, afkomstig uit Yallow Kunda én uit de 8 omliggende dorpen. In totaal tellen de 9 dorpen circa 5.000 inwoners.
Het zijn voor namelijk landbouwers, die zich bezighouden met het verbouwen van pinda´s, couscous, sesam en hete peper. Het merendeel van de landbouwers zit dringend verlegen om mest en zaden en een powertiller (mechanische ploeg) om het land gemakkelijker en vooral sneller te kunnen bewerken. In deze agglomeratie kan een landbouwproject worden opgezet.
Daarnaast kijkt de bevolking reikhalzend uit naar:
* een waterput op het schoolterrein, inclusief een handpomp, waar ook de inwoners van de andere dorpen gebruik van kunnen maken. Op termijn kunnen ook de andere dorpen worden voorzien van een eigen waterput.
* een extra drieklassen schoolgebouw met kantoortje, toilet- en opslagruimten.
* schoolmeubilair voor zowel de kinderen als voor het onderwijzend personeel
* leesboeken en leermiddelen voor de kinderen
* een medische hulppost

Opzet project

Het project wordt fasegewijs opgezet resp. uitgevoerd. Elke fase wordt ter plaatse door de locale contactpersoon begeleid en gecontroleerd.
Na elke fase vindt een evaluatie door Rotaryclub Gouda-Bloemendaal en Stichting Kinderen van Gambia plaats en wordt beoordeeld of aan de doelstelling(en) van het deelproject wordt voldaan. Zonodig vinden tussentijds zodanige aanpassingen aan het (deel)project plaats, dat aan de oorspronkelijke uitgangspunten van Rotaryclub Gouda-Bloemendaal voor het project (zoveel mogelijk) wordt voldaan.

Watervoorziening

Het dorp Yallow Kunda heeft geen eigen (drink)watervoorziening. Dit betekent dat de inwoners (waaronder met name de vrouwen en kinderen) het benodigde water van ver moeten halen. Het slaan van een waterput op het schoolterrein heeft een aantal voordelen:
* de kinderen uit het dorp Yallow Kunda, maar met name ook uit de omliggende dorpen, kunnen bij aankomst op school gebruik maken van de watervoorziening én als de kinderen naar huis gaan, nemen zij water mee naar huis. Dit bespaart de vrouwen in de omliggende dorpen het reizen naar de waterput, waardoor meer tijd voor het werken, veelal op het land, beschikbaar is. Een bijkomend en niet onbelangrijk effect is dat de economische ontwikkeling daardoor een (kleine) stimulans krijgt.
* de school neemt een centrale plaats in de dorpsgemeenschap in. De dorpelingen kunnen uiteraard ook gebruik maken van de watervoorziening.
* toezicht op het gebruik van de waterput. Voorkomenmoet worden dat ?ondeskundig? gebruik de levensduur bekort en of teveel reparaties moeten worden uitgevoerd. Daarom worden duidelijke en controleerbare afspraken gemaakt, óók om te voorkomen dat?onbevoegden? water komen halen. Beoogd wordt om het schoolterrein te laten omheinen ? waardoor mede dieren ?buiten? worden gehouden en de schooltuin niet kunnen verruïneren ? en een caretaker aan te stellen, die een sleutel van de poort heeft.

De kosten van een waterput zijn afhankelijk van de bodemgesteldheid en de diepte van de put, die moet worden geslagen. Aangezien de waterput geslagen wordt door een gespecialiseerd bedrijf, speelt ook de reisafstand, en daardoor de reis- en verblijfkosten een kostentechnische rol.
In Yallow Kunda moet een put met een diepte van 23 meter worden geslagen. De kosten van het slaan van de waterput, het metselen en ommuren van de put en van de (te importeren) pomp worden geraamd op (ruim) € 8.000. Hopelijk kunnen ook, vroeg of laat, de andere dorpen in de regio worden geholpen met een (drink)watervoorziening.

Onderwijs

"Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst" is leidraad bij het onderwijsproject. Bestrijding van het analfabetisme en stimulering van (basis)onderwijs is essentieel: de opleiding van jongeren zal ? op termijn ? leiden tot een betere (economische) ontwikkeling van een land, in dit geval, op bescheiden schaal, van een regio. Een en ander wel in GMT: ?Gambia Maybe Time?. Alles heeft zijn tijd nodig, hetgeen zeker ook in Gambia speelt.
De uitbreiding van het schoolgebouw met nieuwbouw 282m² - naar 6 lokalen (en met toiletruimten, een kantoortje en opslagruimte) betekent dat de klassenomvang kan teruglopen van nu ruim 80 kinderen in één lokaal naar ongeveer 40. Naar Nederlandse maatstaven weliswaar nog erg veel, maar een verademing voor de leerlingen én onderwijzers in vergelijking met de huidige situatie.

Door de Gambiaanse overheid wordt gezorgd voor onderwijzend personeel, dat in voldoende mate beschikbaar is, uiteraard wel opgeleid naar Gambiaans niveau.
Wel zal - in ieder geval bij aanvang - ook moeten worden voorzien in meubilair, lesmateriaal, leesboeken enz. Uitgangspunt is dat vervanging en vernieuwing van materialen door de lokale bevolking moet kunnen worden opgebracht. Door een (stap voor stap) verbetering van de economische omstandigheden moet men ook in dit opzicht "self supporting" worden.

Gezondheidszorg

Zoals in veel Afrikaanse landen, laat ook in Gambia de gezondheidszorg veel te wensen over. De gemiddelde leeftijd in Gambia is voor de mannen 49 jaar en voor de vrouwen 51 jaar. De lage gemiddelde leeftijd van de Gambiaan wordt onder andere veroorzaakt door hoge kinder-sterfte, ondervoeding en ziektes als malaria.
In Yallow Kunda is geen medische hulppost aanwezig, wel op een afstand van 15 kilometer in Kuntaur. Lopend over slecht begaanbare wegen moeilijk te bereiken. Om de gezondheidszorg in Yallow Kunda en directe omgeving sterk te verbeteren voorziet het project in:
* Bouw van een medische hulppost (100m²), bestaande uit een (grote) wachtruimte, 2 spreek- annex behandelkamers en sanitaire voorzieningen. Deze hulppost zal een beperkt aantal dagen in de maand gebruikt worden door een door de Gambiaanse overheid te betalen arts en verpleegkundige.
* Inrichting (meubilair, apparatuur). Wellicht dat hiervoor hulpgoederen uit Nederland kunnen worden gebruikt.
* Medische middelen.
* Medicijnen.

Veelal hebben deze gebouwen een multifunctionele bestemming, zodat er een intensiever gebruik van kan worden gemaakt.

Landbouw

In de paragraaf "Yallow Kunda" is al een korte beschrijving van het project opgenomen.
In het eerste jaren wordt uitgegaan van deelneming door 150 landbouwers (100 mannen en 50 vrouwen). De landbouwers hebben behoefte aan: 450 zakken kunstmest, 10 vaten met pindazaden, 10 pakken hete peperzaden en 5 pakken zaad van een andere pepersoort.
Eén van de uitgangspunten voor dit projectonderdeel is dat voor het ter beschikkingstellen van bijv. zaden en kunstmest een "terugbetalingsregeling" wordt opgenomen: uit de opbrengsten van de oogsten moet een bijdrage in de kosten van zaden en kunstmest worden betaald en daarmee kunnen weer nieuwe aankopen worden gedaan. Op deze manier worden economische principes bijgebracht en moeten de inwoners in de komende jaren zelf hun zaden en kunstmest kunnen betalen. Uiteraard bevordert dit de zelfstandigheid respectievelijk het onafhankelijk zijn van hulp van buitenaf voor een gezonde exploitatie van het landbouwbedrijf.
Stichting Kinderen van Gambia heeft met deze werkwijze voor een ander landbouwproject (in de plaats Buniadi) al goede ervaringen opgedaan. In Buniadi moesten alle deelnemers aan het project een door een Gambiaanse advocaat opgestelde overeenkomst tekenen. Iedere deelnemer moet contributie betalen, die wordt gebruikt voor de aankoop van mest en zaden, vervanging van overleden dieren en het onderhoud en brandstof van de powertiller.

Microkredieten

In de voorgaande paragraaf is al een vorm van microkrediet aan de orde gesteld.
Nagegaan zal worden of ook voor andere bedrijfsmatige activiteiten een vorm van microkrediet geïntroduceerd kan worden. Hiertoe zal een onderstrikt toezicht van Rotaryclub Gouda-Bloemendaal staand tegoed bij een bank worden aangehouden.

Controle

Voor de uitvoering van het project resp. de projectonderdelen zijn Stichting Kinderen van Gambia en Rotaryclub Gouda-Bloemendaal gezamenlijk verantwoordelijk.
Controle op de uitvoering zal door beide organisaties worden gedaan. Wel heeft Rotaryclub Gouda-Bloemendaal daar waar nodig een beslissende stem.
Ten behoeve van de bewaking van de voortgang van de uitvoering van het project respectievelijk van de projectonderdelen, de juiste besteding van de geldmiddelen en de controle daarop zal:
* de plaatselijke coördinator periodiek verslag uitbrengen aan Stichting Kinderen van Gambia, die Rotaryclub Gouda-Bloemendaal onverwijld en intergraal informeert.
* het bestuur van Stichting Kinderen van Gambia tenminste tweemaal per jaar het project/de projectonderdelen ter plaatse controleren op de nakoming van ter zake gemaakte afspraken.
* Rotaryclub Gouda-Bloemendaal periodiek, tenminste éénmaal per jaar, het project/de projectonderdelen ter plaatse controleren, waarbij Stichting Kinderen van Gambia zal zorgdragen voor een adequate begeleiding in Gambia van de afvaardiging van Rotaryclub Gouda-Bloemendaal.

Rotaryclub Gouda-Bloemendaal behoudt zich het recht voor, indien in strijd met gemaakte afspraken wordt gehandeld bij de uitvoering van het project respectievelijk van de projectonderdelen, geen gelden meer ter beschikking te stellen, anders dan strikt benodigd is voor de uitvoering van de lopende zaken.