Oegstgeester Dictee 2014

Dames en heren, welkom bij het eerste Oegstgeester dictee der Nederlandse taal. Het eerste van een lange reeks, naar wij hopen en verwachten. Oegstgeest krijgt er een nieuwe traditie bij. Daar kun je er nooit genoeg van hebben.

Doel van het dictee is het binnenhalen van gelden ter ondersteuning van De VoorleesExpress, de organisatie die de taalontwikkeling van kinderen stimuleert en de taalomgeving thuis verrijkt. Mw Trudy de Moel zal daar straks iets meer over vertellen.

Het dictee is geschreven door de Oegstgeester dorpeling en schrijver … Hans Ulrich. Ik licht zo dadelijk iets van zijn doopceel.

In het dictee staan het heden, het verleden en de toekomst van Oegstgeest centraal. Als deelnemer wordt u vanavond, tot in het diepst van uw taalkundige ziel, uitgedaagd de wonderlijke en vaak inconsequente spelling van onze taal moedig en misschien ook wel enigszins wanhopig tegemoet te treden.

Het dictee vindt plaats onder auspiciën (met e met trema) van Rotaryclub Oegstgeest en Omstreken. Dit bijzondere evenement wordt vast een doorslaand succes en zeker niet in de laatste plaats door de enthousiaste en eendrachtige samenwerking van de voorbereidingscommissie, bestaande uit Caroline (met een e) Mars, picturaal kunstenares tussen Oost en West, Wendelien Tonjann (met o umlaut en dubbel n), wethouder hier ter dorpe en voorzitter Willem Buijteweg (met lange ij en puntjes), mondiaal bekend journalist. Wat hen bindt? Hun Rotaryclub en hun gedrevenheid voor de bestrijding van laaggeletterdheid.

Geen organisatie zonder sponsoring. De Oegstgeester Courant, De Rijnlandse Boekhandel, Winford voor Mavo, Havo, Vwo Basisonderwijs, Restaurant De Beukenhof en Brakenhof Optiek, hebben met blije gretigheid in de buidel getast en ondersteunen met hun vrijgevigheid het goede doel.

Het dictee wordt natuurlijk vooral een feest door uw deelname. Het evenement is bijna volgeboekt. Van heinde (met korte ei) en ver bent u gekomen, uit Bussum, Oude Wetering, Leiden, Harderwijk, Warmond, Zoetermeer, Naarden en zelfs uit Breskens. U ziet, een wijdvertakte aangelegenheid, die het Nationale Dictee der Nederlandse Taal meteen al naar de kroon steekt. De meeste deelnemers komen, het kan ook bijna niet anders, uit Oegstgeest. Lastig woord met zijn vier medeklinkers op rij. Maar niet zo lastig als het woord met acht medeklinkers op rij, namelijk het woord angstschreeuw. Daar wordt u komende nacht mee wakker als u, badend in het zweet, terugdenkt aan de tergende beproeving die u vanavond moet doorstaan.

Zo’n eerste dictee kan natuurlijk niet zonder deelname van prominenten. Zij zijn de mayonaise (met y, een n en ai) op de frites, de slagroom op de taart, de ballen in de soep.

Of prominenten minder fouten maken dan zij die gewoonlijk in hun schaduw staan, zullen we straks kunnen beoordelen. Het zou best kunnen dat zij meer fouten maken dan gemiddeld. Prominenten zijn tenslotte ook maar gewone mensen, al denken ze vaak van niet.

Burgemeester Waaijer. sta mij toe dat ik u met een onbescheiden (met korte ei) vraag overval:

-

Heeft u eerdere ervaringen met een dictee? Hoeveel fouten had u de laatste keer? Wat was uw grootste en meest onvergeeflijke blunder?

En u Collegelid van Tuijl

- Wat vindt u het moeilijkste Nederlandse dicteewoord? Wat vindt u typische problemen in de Nederlandse taal?

En u Meneer Rein Leentfaart (Breskens), u bent vast een prominente dicteeér, als u helemaal uit Breskens afreist om ons met uw aanwezigheid te verblijden.

-

Wat is uw grootste taalkundige nachtmerrie? Waar bent u in dit dictee het bangst voor?

Dames en Heren, de prominenten zitten er ogenschijnlijk onaangedaan bij, maar dat is schijn. Zet je een stethoscoop op de borst, dan kun je horen dat hun hart van de zenuwen bijna uit hun voegen barst. Ze willen, als prominent, natuurlijk niet afgaan. Dat begrijpt u.

Uw aller spellingsprestaties worden straks gecontroleerd door een legertje nakijkers die zich met hun rode pen gretig en giechelig (met ch) op uw fouten zullen storten, onder streng toezicht van de jury.

Een eenkoppige jury. Dat leek de organisatie meer dan genoeg. Zeker omdat deze jury het talent heeft om meer dan een rol te spelen. Hij is zowel lid als voorzitter. Zijn naam? Hans Heestermans. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en promoveerde op een proefschrift over de betekenisontwikkeling van voorzetsels in de Nederlandse dialecten. Ga d’r maar aan staan. Hij was redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal in Leiden en wat later hoofdredacteur van de Grote Van Dale.

Heestermans stelde het Erotisch Woordenboek samen en is auteur van het Leids Woordenboek. Tering riepen de gewone Leienaren enthousiast, toen dat boek op de markt kwam. Heestermans publiceert in het maandblad Onze Taal, had een taalrubriek in NRC Handelsblad, in de Volkskrant , in BN/De Stem en in het Leidsch Dagblad. Hij was voorzitter van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, zat in het bestuur van Onze Taal en is nu voorzitter van de Stichting LOUT (Let Op Uw Taal). Ooit kreeg hij voor zijn studie over het dialect van Bergen op Zoom de cultuurprijs van die stad. Voor zijn onderzoek naar het Leids dialect werd hem de Gouden Erespeld van de stad Leiden toegekend.

Een taalkundig zwaargewicht dus, die u niet om de tuin kunt leiden. Hij fungeert vanavond als scherprechter. U bent volledig aan zijn streng, maar rechtvaardig oordeel overgeleverd.

Wat zijn de spelregels:

Bij de beoordeling van uw spelling maakt de jury gebruik van de woordenlijst der Nederlands Taal, het zogenoemde Groene Boekje, inclusief de Leidraad.(uitgave 2005). Komt een woord daarin niet voor, dan geldt de spelling , zoals weergegeven in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, van Van Dale (14e herziene uitgave).

Koppeltekens en liggende streepjes moeten door u worden geplaatst alleen daar waar ze verplicht zijn.

U breekt geen woorden af aan het eind van de zin. U schrijft het woord in zijn geheel op de volgende regel, zodat er geen twijfel kan bestaan over koppeltekens.

De jury bepaalt de uitslag. Zijn er twee of meer deelnemers met hetzelfde aantal fouten, dan houden we een barrage. Ik geef dan aan die deelnemers tien moeilijke woorden. Wie de meeste daarvan goed gespeld heeft, wordt als definitieve winnaar uitgeroepen. Over de uitslag wordt niet geklaagd en al helemaal niet gecorrespondeerd.

Ten overvloede meld ik nog dat spieken totaal geen zin heeft. Wordt u betrapt, dan volgt een boet van 25 euro, die u, tot uw eigen schande, hoogstpersoonlijk en met het schaamrood op de kaken in de goededoelenpot zult moeten storten.

Laatste opmerking nog. De nakijkers doen ook mee met het dictee. Anders zitten ze maar een tijd helemaal niks te doen. Maar ze doen mee buiten mededinging en kunnen dus niet winnen.

De auteur van het dictee is, zoals u via de media heeft kunnen lezen, Hans Ulrich. Hij was docent geschiedenis aan de Stedelijke Gymnasia van Middelburg en Leiden. In de dertig jaar van zijn leraarschap werkte hij mee aan tal van geschiedenis schoolboeken waarvan er een vele zijn verkocht niet alleen aan leerlingen van het voortgezet onderwijs, maar ook aan leerlingen van de basisschool. De methode Bij de tijd wordt ook nu nog veel gebruikt.

Ulrich was tevens 17 jaar de hoofdredacteur van het tijdschrift Reflector dat bestemd was voor leerlingen in de hogere klassen van het voortgezet onderwijs. Het tijdschrift richtte zich op actuele onderwerpen uit de geschiedenis, de politiek, de aardrijkskunde, de kunst en de economie. In 2000 stopte hij met lesgeven, maar werkte toen nog twee jaar bij NRC Handelsblad.

Na zijn pensionering wijdde hij zich aan het schrijven van ‘gewone’ boeken, over geschiedenis, maar ook over gezondheid en ouder worden. Van zijn hand verschenen de jeugdboeken. Paolo, Leonardo da Vinci’s leerling, De nieuwe wereld van William Tinker en Anne Frank. Samen met een oud-leerling, Erik van der Walle, schreef hij De geschiedenis van Nederland. Recent verscheen het sprookje Koning Vladimir en de droomprins dat hij samen met dorpsgenoot Teun Klumpers het licht deed zien.

Loopt u op de Lange Voort, wees dan voorzichtig dat u niet op hem trapt. In het trottoir ligt namelijk zijn hoofd, verpakt in een tegel.

Ik lees nu het dictee in zijn geheel voor.

Ons mooie dorp

Het mooist is Oegstgeest in het voorjaar. Het begint met de stinsenplanten in Oud-Poelgeest, gevolgd door krokussen en prunussen en rozerode camelia’s en rododendrons. In de polders onderscheidt de ornitholoog honderden grutto’s , kieviten, futen, plevieren, kauwen en Canadese ganzen, je hoort de koekoek en de tjiftjaf. Ook in het Bos van Wijckerslooth vliegen de bonte spechten af en aan evenals de boomklevers. In datzelfde bos heeft onze waarnemend burgemeester Jan Waaijer, doortastend als hij schijnt te wezen, het houden van lasergames verboden.

In De Telegraaf is ons dorp uitgeroepen tot beste woongemeente van Nederland, nipt voor Edam-Volendam en ver voor de laatste twee: Vlagtwedde en Vaals. Ook de Volkskrant en NRC Handelsblad vermeldden dat. Nochtans schijnt er een gebrek aan sociale cohesie te bestaan in Oegstgeest. Dat zou je niet zeggen bij de talloze zomerbarbecues bijvoorbeeld in de Johan Evertsenlaan of de Witte de Withlaan. En al helemaal niet in de Indische buurt, waar je de saamhorigheid kunt voelen. Fiets maar eens door de Soembastraat. Zou dat ook het geval zijn in de nieuwe wijk daartegenover, u weet wel: Nieuw-Rhijngeest?

De Kempenaerstraat is de chique winkelstraat van ons dorp. Je vindt daar diverse modezaken met een breed assortiment aan accessoires en ook een echte patissier met verrukkelijke taartjes. Sommigen prefereren gewone tompoezen of saucijzenbroodjes, hartstikke lekker. Gezelliger is het op de dinsdagmarkt. Daar kun je Antoon Koch ontmoeten, de éminence grise van de lokale journalistiek of leerlingen van Duinzigt die met hun iPhones selfies maken. En je koopt sliptongetjes of wijting of kabeljauw of artisjokken en aubergines en minneola’s uit Andalusië. Voor roseval-aardappelen of eigenheimers moet je bij Hans zijn, voor kalfsfricandeau of paardenworst bij Bep en bij de Peanut Power vind je pistachenoten en muesli en gedroogde cranberry’s. Winkelen kun je trouwens ook eindelijk in de Superrr in Poelgeest. Dit is overigens geen commercieel gesponsored dictee.

Vlak voor kasteel Endegeest staat een buste van René Descartes, filosoof uit de verlichting. Je moet dan onwillekeurig denken aan een lenzenslijper die ooit domicilie hield in Rijnsburg. We hebben het over de Portugese Jood Baruch de Spinoza. Zijn ‘Ethica’ behoort tot de parels van de westerse filosofie. Eigenlijk is het boek meer geschikt voor bèta’s dan voor alfa’s met al die stellingen en axioma’s. Maar zijn stelling 42 heeft zelfs de canon van de vaderlandse geschiedenis gehaald en luidt: ‘opgewektheid is altijd goed’. En daar is geen woord Spaans bij.