Uitleg spelregels

Uitleg touwtrekken

Buiten/Binnen sport?

Er zijn in het touwtrekken twee disciplines.

Buiten/ Outdoor. De buitensport wordt beoefend op een grasveld, sportveld of in een wei waarbij men vaak de z.g. soldaten kisten gebruikt. Tegenwoordig maakt men ook veelvuldig gebruik van schaatsschoenen waar men zelf een aparte zool onder zet om zich goed in de bodem vast te kunnen zetten en kracht te kunnen zetten.

Binnen/ Indoor. De binnensport wordt beoefend op speciale rubber matten, waarbij normale sportschoenen worden gebruikt. De echte indoor touwtrekkers besteden extra energie om de juiste schoenen te vinden want men zoekt net als in de autosport naar de juiste grip. In de Aziatische landen gebruikt men speciaal voor het indoor gemaakte schoenen.

De touwtrek basishouding

a. spanning van het touw (trekkracht tegenstander)

b. gewicht van de trekker (zwaartekracht)

c. trekkracht van de trekker

De voeten

Beide hielen moeten goed in de grond geslagen zijn, de voeten 30 - 40 cm. uit elkaar en de voet onder het touw 20 cm. teruggeplaatst. Er kan geen maximale kracht worden ontwikkeld wanneer de voeten plat op de grond staan. Indien de voeten te dicht bij elkaar staan zal geen stabiele stand worden verkregen, waardoor het

team snel kan gaan "slingeren". Dit zijn beide fouten, die bij nieuwe touwtrekkers veel voorkomen.

De benen

Het linkerbeen blijft gestrekt, met het doel de spanning van een eventuele aanval van de tegenpartij op te vangen. Het rechterbeen, dat licht gebogen is, is bedoeld om de eerste spanning te gaan leveren wanneer een aanval wordt ingezet of de trekspanning wordt opgevoerd en tevens om de juiste hoogte te handhaven.

Het lichaam en de handen

Het lichaam moet zo dicht mogelijk bij het touw blijven in een positie waarbij de handen boven of achter de knieën, boven de dijbenen zijn. met de handpalmen naar boven. Steeds proberen om de handen niet voor de knieën te laten komen en zeker niet voor de voeten, omdat een team in deze situatie uitermate zwak is.

Touwtrek techniek

TOUWTREKPOSITIES

De basis-techniek van het touwtrekken lijkt niet anders dan twee teams die tegenover elkaar trekken en het ene team het andere team over de lijn trekt.

Echter een team dat niet met techniek aan het touw komt zal snel tot de ontdekking komen dat er veel meer techniek nodig is om een wedstrijd te kunnen trekken en winnen.

Tussen de start van een trekbeurt en een overwinning liggen vele technische fasen van het touwtrekken.

Bij de meeste teams staan de trekkers aan de linkerkant van het touw, wat het voor de trainer eenvoudiger maakt om de ver-schillende technieken uit te leggen en te demonstreren.
Ook voor de eenheid en de balans is deze team-opstelling gunstig, mede ook doordat de trekkers dan in de "gaten" van elkaar kunnen stappen. Echter deze opstelling is geen absolute noodzaak, er zijn diverse succesvolle teams waarbij enkele trekkers aan de rechterkant van het touw staan.

Basis-positie

Dit is de uitgangspositie na de start:

Belangrijke punten voor de basis-positie:

a. hielen goed in de grond gehakt, de tenen omhoog. Voeten aan weerszijden van het touw, 30 - 40 cm. uit elkaar. Eén been licht gebogen met de voet 15 - 25 cm. terug gestapt.

b. lichaam en benen gestrekt, met de heupen omhoog naar het touw.

c. handen dicht bij elkaar met armen gestrekt, om te voorkomen dat de arm- en schouderspieren verkrampen (door met gebogen arm te trekken).

d. Schouders loodrecht op het touw, het eigen gewicht ophouden,
d.w.z, niet op het touw liggen.

Hoewel dit de basishouding is die elke trekker zal moeten beheersen, zal blijken dat het veelal voor beginnende trekkers moeilijk is om in deze positie te blijven staan.

Optimale kracht bij hoek van 120 graden in de knieholte en 100 graden in de heup.

Lopen aan het touw

Een tegenstander die goed 'ingegraven' staat en de klappen opvangt, zal evenwel toch naar voren komen als ze maar sterk genoeg onder spanning worden gezet.

De snelheid waarmee zij naar voren komen bepaalt, hoe er gestapt moet worden, d.w.z.:

- lopen - snel aan het touw lopen

- achteruit duwen - langzaam aan het touw stappen

- onder druk - stap voor stap aan het touw stappen

Lopen moet normaal gesproken aan de stelling worden beoefend. Stel-lingwerk moet beginnen met redelijk lichte gewichten, b.v. 300 - 350 kg Dit lijkt erg licht, maar het doel van dit stadium van training is, om de techniek van 'aan het touw lopen' te perfectioneren.
Deze lichte gewichten kunnen in een later stadium ook worden gebruikt bij het oefenen van snel lopen, en kunnen ook gebruikt worden wanneer er maar weinig trekkers aanwezig zijn op een training.

Het ideaal is een bak of pallet waarop de gewichten gemakkelijke verwisseld kunnen worden.

Lopen

De lichaamshouding hierbij verschilt slechts weinig met de basispositie.
De hoek van het lichaam moet zo laag mogelijk zijn (afhankelijk van de balans) en wanneer daarbij achterover gevallen zou worden, moet dit voorkomen worden door sneller kleine stapjes te maken, niet door grotere stappen te nemen.

Belangrijke punten bij het lopen:

a. lichaam in een gestrekte lijn en licht naar het touw toegedraaid.

b. heupen omhoog gedrukt naar het touw

c. touw onder de oksel, terwijl de linker schouder hoger is dan het touw

d. op de hielen lopen met pasjes van 15-30 cm.

e. loopbewegingen vanuit de heupen.

f. elke trekker moet zich richten op het tempo van de man voor hem.

g. voorkomen dat men met de benen te hard loopt, waardoor het lichaam voorover gebogen komt te staan. Dit is een fout die in het begin veel zal worden gemaakt.

Achteruit duwen

De ideale lichaamshouding voor deze techniek ligt ongeveer tussen de 'basis'- en de
'onder-spanning'-positie.

Aan de stelling moeten nu zwaardere gewichten worden gebruikt dan bij het lopen.

Belangrijkste punten bij het achteruit duwen:

a. lichaam en schouder ongeveer dwars naast het touw.

b. de heupen omhoog drukken zodat in ieder geval het lichaamsgewicht
niet aan het touw hangt.

De rug- en buikspieren moeten zwaar gespannen blijven om het touw onder spanning te kunnen houden.

c. spanning opvoeren door met beide benen de hielen weg te duwen.

d. handen moeten achter de knieën blijven, d.w.z. boven de dijbenen
(om te voorkomen dat men voorover komt te zitten).

Onder druk

Belangrijkste punten voor de positie 'onder druk':

a. benen en voeten als in de basispositie.

b. lichaam in de heupen en middel gebogen.

De spanning in het touw wordt opgevoerd d.m.v. gebruikmaking van dij-, buik- en rugspieren te proberen, het touw weer naar achteren te 'persen' (tot de basispositie).

c. handen boven of achter het kniegewricht, d.w.z. niet bij de voeten.

Beide posities moeten gedemonstreerd en geoefend worden aan een 'dood' touw, b. v. een vast touw aan een boom. Zet de trekker in deze pö'sitie terwijl dan uitleg wordt gegeven en gecontroleerd wordt op de juiste houding en waar nodig gecorrigeerd.

Gespannen trekken

Spanning op het touw zetten, wordt in eerste instantie bereikt door zich vanuit de gebogen positie weer in de basispositie te drukken. Wanneer het touw dan weer doorgetrokken is en het lichaam bijna in de basispositie is, moet met de voeten achteruit gestapt worden, zodat het lichaam weer in de gebogen spanningspositie komt. Daarna herhaalt zich het geheel weer, waardoor een constante spanning in het touw blijft door gebruik van rug-, buik- en dijspieren.

Onder spanning stappen (voor de gevorderden)

Indien een team trekt en de spanning gaat opvoeren, moet elke trekker individueel te werk gaan, d.w.z. het behoeft niet gelijktijdig te gebeuren, echter: niet op eigen houtje tekeer gaan. Dat betekent dat nog steeds als team getrokken wordt, door elkaar op de hoogte te houden van wat men doet.

Het doel daarbij is om de tegenstander voortdurend onder de maximale mogelijke spanning te houden.

Daarom verdient het bij deze techniek de voorkeur, dat de teamleden afzonderlijk stapjes naar achteren doen en niet allen tegelijk omdat dit zou kunnen resulteren in een spanningsverlies.