Over founder Paul Harris

Paul Harris werd opgevoed door zijn grootouders in het gehucht Wallingford, Vermont. Later zou Paul hoog opgeven van hun voorbeeld en van de manier waarop ze tolerantie en ethiek in praktijk brachten. Na vele omzwervingen vestigde hij zich, 28 jaar oud, als advocaat in Chigago. Het was 1896 en crisis, er waren nauwelijks wetten die burgers beschermden. Paul bouwde een praktijk op waarin hij slachtoffers van fraude, faillissement en verduistering verdedigde. Dit legde de basis voor zijn streven naar ethische normen en waarden in het beroep.

Vriendschap en zaken

Acht jaar later richtte hij in deze wereldstad een club op waarin de leden in een vertrouwde omgeving vriendschap en zaken konden combineren, ‘als in de dorpen waar we opgroeiden’. Vanaf 1905 kwam de club wekelijks bijeen, waarbij gastheerschap en voorzitterschap rouleerden: Rotary was geboren. Het concept sprak aan, en het aantal clubs groeide snel, gepland en ongepland. Rotary International werd opgericht, en na een stagnatie door de Eerste Wereldoorlog veroverde Rotary de wereld: in 1922 20.000 leden in 200 clubs, waaronder Rotary Club Amsterdam.

Vernieuwende smeltkroes

Tijdens een bezoek in 1928 aan deze club vroeg Paul Harris aan de Rotarians kritiek op de organisatie en zichzelf te onderzoeken en er van te leren. Hij gaf aan ‘dat een Rotarian zich voordurend afvraagt hoe hij mensen het beste helpt, binnen en buiten zijn beroep. Hoe? Dit schrijft Rotary niet voor, het verschilt voor ieder land en voor ieder  Rotarian. Tegelijk is Rotary een leerzame en vernieuwende smeltkroes van verschillende geesten.’

De eerste vier Rotarians, rechts Rotary-founder Paul Harris