De taalworkshops van het RoTheater: Onze jaarlijkse bijdrage aan de IMC Weekendschool

Het Ro theater geeft taalworkshops aan kinderen van de IMC-weekendschool. Ieder jaar draagt Rotary Rotterdam Nieuwe Dag hieraan bij met de kaartverkoop voor de kerstvoorstelling de Gelaarsde Poes.

Bijzondere taalworkshop

De taalworkshop voor de kinderen van de IMC-weekendschool is speciaal ontwikkeld door het RO theater. Ger Vroegindeweij was erbij, in maart: “Erg boeiend om mee te maken. Ik heb veel waardering voor de theaterdocenten die in korte tijd leerlingen kennis laten maken met toneel en voorbereiden op de voorstelling van de Gelaarsde Poes”.

Hoe werkt theater?

In de workshop maken de kinderen kennis met toneel: hoe het werkt, wat de theaterregels zijn. Ze leren dat het een manier van communiceren is die toegevoegde waarde geeft aan het louter uitwisselen van geschreven en gesproken tekst.

Zo maken zij kennis met de kracht van houding: lichaamstaal, mimiek, overdrijving, kleding, en nog veel meer.

Er wordt uitvoerig aandacht besteed aan het veel toegepaste “terzijde-instrument”, waarbij een acteur een soort van geheimpje deelt met het publiek zonder dat de andere acteurs daar weet van hebben. In de Gelaarsde Poes is dit veel toegepast. En ze leren dat vrouwenrollen door mannen kunnen worden gespeeld en omgekeerd. Ook dit is voor veel kinderen nieuw.

Goed voorbereid naar de voorstelling

De workshop is niet alleen een kennismaking met toneel, maar ook een voorbereiding op de voorstelling van de Gelaarsde Poes waar de kinderen later naar toe gaan. Zij moeten vooral zelf aan de slag door in groepjes de personages uit de voorstelling uit te beelden: De Molenaarszoon, De Koning, De (verwende) Prinses, James Blond en de Gelaarsde Poes. En dan met je klasgenoten maar raden welk personage wordt uitgebeeld: een heel directe en didactisch doordachte manier om leerlingen voor te bereiden op de toneelvoorstelling.

Ger: “Als wij als club onze goede doelen besteden aan dit soort activiteiten, dragen we volgens mij intensief bij aan een heel specifieke “taalontwikkeling” van een toekomstige generatie. Juist de toegevoegde waarde van deze voor ons vaak zo “gewone” kunstvorm krijgt zo een goede voedingsbodem.”