© 2022 Rotary in Nederland.
Alle rechten voorbehouden.

Rotary CS beleidsplan 2012-2017

Beleidsplan
1 juli 2012 – 30 juni 2017

Stichting Community Service
van de Rotary Club Rotterdam – Zuid

november 2012

1.

Inleiding

In dit beleidsplan legt de Stichting Community Service van de Rotary Club Rotterdam – Zuid (‘de Stichting’) haar beleidsvoornemens voor de periode 1 juli 2012 – 30 juni 2017 neer. Het door de Stichting in deze periode te voeren beleid zal mede afhankelijk zijn van maatschappelijke ontwikkelingen en het haar ter beschikking staande budget. Het beleid is daardoor in feite dynamisch.

2.

Historie en doelstelling

De Stichting is opgericht op 14 december 1972 en is gevestigd te Rotterdam.

De statutaire doelstelling is als volgt geformuleerd (artikel 3 lid 1 en 2 van de statuten):

3.1 De stichting heeft ten doel bij te dragen tot de verwezenlijking van het dienstideaal van de Rotary beweging door het verlenen van geestelijke en materiële steun aan personen die hulp behoeven en aan instellingen van algemeen maatschappelijk belang die zich de bestrijding van bepaalde maatschappelijke noden tot taak stellen.

3.2 De stichting tracht dit doel te bereiken door uitsluitend wettige middelen, zoals:
- het geven van voorlichting en het houden van bijeenkomsten;
- het verwerven van fondsen;
- allen andere middelen die ter bevordering van het doel wenselijk, nuttig of noodzakelijk zijn;
- het leggen en onderhouden van contacten en het samenwerken met derden indien en voor zover dat voor de stichting nuttig kan zijn.

De werkzaamheden van de Stichting zijn gericht op het dienen van het algemeen en maatschappelijk belang. Uit dien hoofde heeft de Stichting sinds 2008 de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).

3.

Werkzaamheden

De feitelijke werkzaamheden van de Stichting passen geheel binnen de statutaire doelstelling. De Stichting levert voornamelijk financiële bijdragen aan organisaties en projecten die maatschappelijke noden lenigen op plaatsen variërend van de nabije omgeving (Rotterdam) tot veraf (ontwikkelings-landen).

In de afgelopen jaren is het relatieve aandeel van projecten in ontwikkelingslanden toegenomen vanuit de voorkeur van het toenmalige bestuur voor projecten waar onze bijdrage ‘een verschil maakt’.

De financiële bijdragen zijn soms gekoppeld aan een presentatie van een vertegenwoordiger van de ondersteunde organisatie op een Rotary-bijeenkomst, zodat onze club niet alleen een directe financiële ondersteuning biedt maar ook een platform voor communicatie en bewustwording.

Voor de periode 2012-2017 zal weer nadrukkelijker worden gekeken naar zinvolle projecten in de nabije omgeving, waarbij onverkort gestreefd wordt naar het verstrekken van bijdragen die ‘het verschil maken’. Gegeven de jaarlijkse inkomsten van de Stichting betekent dit dat de voorkeur zal uitgaan naar relatief kleine projecten.

Daarbij is de Stichting voornemens te onderzoeken of de Rotary Club Rotterdam-Zuid een doel kan adopteren voor langere termijn en daaraan niet alleen financieel maar ook praktisch een bijdrage kan leveren ("handen uit de mouwen").

4.

Werving van gelden

De Stichting is volledig afhankelijk van financiële bijdragen van leden van de Rotary Club Rotterdam-Zuid en van inkomsten uit fondswervingsacties. In de afgelopen jaren is het aantal fondswervings-acties beperkt geweest. De inkomsten bestonden voornamelijk uit financiële bijdragen van leden en rente op het (beperkte) vermogen.

In de periode 2012-2017 zal nadrukkelijker worden gewerkt aan externe fondswerving, onder meer via het organiseren van activiteiten.

5.

Beheer van gelden

De inkomsten worden veelal zo direct mogelijk besteed aan de gekozen doelen. De organisatiekosten zijn vrijwel nihil en hebben louter betrekking op de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en bankkosten e.d. Bestuursleden ontvangen geen beloning en geen kostenvergoeding.

Alle opbrengsten worden verantwoord in de periode waarop zij betrekking hebben. Alle bestedingen worden verantwoord in het jaar van toezegging. De verstrekte bijdragen worden naar organisatie/ project gespecificeerd in de jaarrekening.

De jaarrekening van de Stichting wordt jaarlijks onderzocht door een kascommissie waarin geen leden van het bestuur van de Stichting zitting hebben.

6.

Besteding van gelden

De inkomsten en het vermogen van de Stichting wordt gevormd door giften, legaten, hetgeen door erfstelling wordt verkregen en andere inkomsten. De Stichting streeft niet naar vermogensvorming.

Het beschikbare vermogen zal in deze beleidsperiode worden teruggebracht tot maximaal eenmaal het jaarlijkse gemiddelde inkomstenniveau; dit wordt beschouwd als een redelijk vermogen dat nodig is om de continuïteit te waarborgen.