Een nulmeting, een SWOT-analyse en de Dunbar-norm
Tom van Doorne over bezieling en informele samenwerking bij Interrotary Brainport Eindhoven
Acht, negen jaar geleden werd Tom van Doorne gevraagd om lid te worden van Rotary. Hij was niet meteen enthousiast. “Ik was een beetje recalcitrant,” zegt hij met een glimlach. “Ik moest vooral ontdekken: past dit bij mij en kan ik wat toevoegen?” Die zoektocht typeert hem. Als Tom ergens instapt, wil hij van waarde zijn. Zijn bedrijfskundige achtergrond helpt hem daarbij.
De Eindhovense club waarin Tom terechtkwam was divers: alle leeftijden, een fiftyfifty verdeling van mannen en vrouwen en een tikje baldadig. Veel fellowship, veel samen op pad: skiën, wadlopen, kanoën in de Ardennen, een reis naar het Vaticaan. “Andere clubs zijn soms jaloers op onze activiteiten,” vertelt hij. “Maar het gaat natuurlijk niet om die uitjes. Het gaat om de saamhorigheid en op een gezellige manier goeie dingen doen.”
Informeel, andere dynamiek
De sfeer in de club veranderde. Jonger van geest, informeler. Klassieke classificaties werden losgelaten. “In Engeland zijn de Rotarians bakker en slager,” zegt Tom. “Waarom zouden wij ons beperken? We zijn gaan zoeken naar mensen die iets kunnen toevoegen; ongeacht hun functie.” Door die andere dynamiek begon de club nog meer te bruisen.
Foto: Kees Martens, DCI Media

Dat informele past bij Tom. Hij is recht voor zijn raap, soms impulsief. Zijn ADHD helpt hem vooral om snel te schakelen en kansen te zien, ook buiten Rotary. Als voorzitter van ijshockeyvereniging De Kemphanen maakte hij een vergelijkbare beweging mee: in acht seizoenen van 40 toeschouwers naar 1300 per wedstrijd. Groei in leden, vrijwilligers en sponsoren. “Binden en verbinden,” vat hij het samen. “En kijken vooral naar het algemene belang”.
Die ervaring neemt hij mee naar Rotary, want ook daar zijn uitdagingen. Meer ouderen dan jongeren. Kleine clubs met tien, vijftien leden. Clubs die vooral consumeren, maar nauwelijks nog projecten draaien. “Die gaan op termijn niet overleven ” zegt hij nuchter. “Je moet aantrekkelijk blijven voor nieuwe leden, dus je móet projecten organiseren. Potentiële leden willen deel uitmaken van een actieve club."
Samenwerken begint met openheid
Het was de aanleiding om clubs in de regio Eindhoven bij elkaar te brengen. “Wat zou er gebeuren als we structureler zouden samenwerken? Niet vanuit verplichting, maar vanuit de praktijk, vanuit een gedeelde behoefte.” Een clubgenoot was al gestart met overleg, Tom sloot daarna aan en deed een nulmeting en een SWOT-analyse. Betrokken Rotarians deelden daar open en eerlijk hun zorg over vergrijzing en ledenaantal. “Als je in een veilige omgeving praat over waar je tegenaan loopt en waar je behoefte aan hebt, dan gebeurt er iets.”
“Maandelijks komen we anderhalf uur bij elkaar. Eén afgevaardigde per club, maakt niet uit wie, iemand met vuur. Inmiddels zijn er dertien van de veertien clubs in regio Eindhoven aangesloten, met samen meer dan 300 leden.” Tom weet dat groei consequenties heeft. Boven de 150 mensen moet je formaliseren, weet hij vanuit de Dunbar-norm. En hij is juist van het informele.
Verbinding via de houtje-touwtje-aanpak
Toen Tom voorzitter van zijn club werd, wilde hij meer dan vergaderingen openen en sluiten. “Dat voorzitterschap brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Hoe breng ik meer betrokkenheid in de club?” Het antwoord zoekt hij niet alleen binnen zijn eigen club, maar juist daarbuiten, in het opzoeken van de gunfactor. De ene club organiseert een event, de andere club helpt met kaartverkoop. “Als je bereid te brengen, dan komt het halen dichterbij. Dat brengt verbinding.”
De organisatie van de samenwerking houdt hij bewust eenvoudig. Interrotary Brainport Eindhoven heeft echt inhoud gekregen, maar dan zonder formele status, geen ingewikkelde structuren. Een gedeelde Excel-sheet met contactpersonen, activiteiten en plannen. “Een beetje een houtje-touwtje-aanpak, het gaat ons vooral om de energie van het samen iets goeds doen, synergie voelen. De inkomend districtsgouverneur zei na aanwezigheid bij een vergadering verrast: Het zindert hier helemaal!”
Zijn hoop? Dat meer regio’s dit voorbeeld volgen. Niet door het letterlijk te kopiëren, maar door het laagdrempelig te houden. Begin bij drie clubs, geef een presentatie, haal het formele eraf en laat zien wat het oplevert. “Als we clubs kunnen helpen overleven, inclusief hun projecten, helpen we indirect meer mensen. Dat is toch waar Rotary om draait.”
Tekst Eva van Otterlo
Een veilingproject kwam tot stand door de hulpvraag en inspiratie te delen. Hoe organiseren we een veiling? Waar lopen we tegenaan? Waar ben je goed in, waar ben je niet goed in? Wie heeft hier verstand van? Wie kent een veilingmeester en een taxateur? Zijn er handjes beschikbaar? Wie doet wat? Wie heeft kennis van veiligheid bij evenementen? Wat heb je nodig? Vertel het elkaar. Een half uur later is de organisator veel informatie rijker en zijn de pro deo veilingmeester en taxateur geregeld.
