© 2021 Rotary in Nederland.
Alle rechten voorbehouden.

De eerste 25 jaar van RC Monnickendam

Ter Inleiding

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Rotary club Monnickendarn werd mij, zijnde één van de vier overgebleven charterleden, verzocht een gedenkschrift samen te stellen. Aan de hand van bewaarde weekberichten, later maandberichten en het geheugen is dit min of meer gelukt. Het is uiteraard geen volledig verhaal, getracht is zoveel als mogelijk de krenten uit de zilveren Rotary pap te plukken.

Veel meer dan weergegeven is psychisch, fysiek of in geld steun verleend. Veel meer dan weergegeven is meegeleefd in blijde en droeve dagen van de leden.

Hier en daar is een huwelijksfeest genoemd, maar het zijn er meer geweest dan opgetekend.

Bij ziekenhuisopnames werd meegeleefd, bij overlijden werd meegerouwd. Hierin manifesteert Rotary club Monnickendam zich al 25 jaar als een ware vrienden club.

Hopenlijk wordt dit geschrift ervaren als een feest der herkenning voor de leden die al langer deel van de club uitmaken. Voor de anderen een stukje geschiedenis, waaruit mag worden opgemaakt dat Rotary club Monnickendarn, hoewel klein in ledental, steeds gestalte heeft weten te geven aan de idealen die oprichter Paul Harris voor ogen stonden.

HET BEGIN

Medio 1971 verlieten de eerwaarde zusters van de Congregatie der Zusters Ursulinen het klooster aan het Noordeinde.

Zij verwisselden het historische huis in Monnickendam voor het moederhuis in Bergen. Deze congregatie werd, aan het einde van de 19de eeuw, opgericht door de Monnickendamse pastoor Smeeman en had taken in het onderwijs.

Herman Steur kreeg opdracht het huis, met in het atiek een bruinvis, te verkopen. Hij vond een koper in Wormerveer in de persoon van de zakenman Klaas Valk, met echtgenote Fien en twee zonen. Deze Zaankanter voelde zich spoedig thuis in Monnickendam, wist met velen contact te krijgen en wel zodanig, dat kort na zijn verhuizing naar Monnickendam een soort sociëteit werd georganiseerd.

Op vrijdag in de namiddag kwam een aantal mannen, waaronder Theo van de Wint, Werner Sutmann, Gerrit van Zanten, Herman Steur en soms Piet Huurdeman, vergezeld van zijn helaas overleden vriend Dirk van Geemen, bijeen in het restaurant van "De Posthoorn", om daar met elkaar onder het genot van een hapje en een drankje het nieuws van de week te bespreken.

Deze vrijblijvende sociëteit was geen lang leven beschoren, maar zorgde wel voor de aanzet tot de komst van Rotary club Monnickendam. Er was behoefte aan een vastere band, een beter onderling contact en aan een doel. Die drie wensen konden door de vrijblijvende bijeenkomsten niet worden ingevuld, maar werden wel terug

Eerst werd het clubgebied vastgesteld en dat gebied behelsde de gemeenten
Monnickendam, Marken en Katwoude. Klaas Valk meende dat ook Broek in Waterland, Zuidenvoude, Uitdam, Zunderdorp, Ransdorp, Holysloot en Durgerdam tot het Monnickendamse gebied moesten gaan behoren. Dat werd geweigerd, de gemeente Broek
in Waterland en de Waterlandse dorpen bleven ressorteren onder de clubs Amsterdam-Noord en Amsterdam- Nieuwendam. Daarna werd getracht te komen tot het minimum aantal leden van 24 om toegelaten te worden tot Rotary International.

Klaas Valk ging vele malen op visite om zijn plannen uit te leggen, schreef uitnodigingen en op woensdag 1 maart 1972 kwamen om 17.30 uur de genodigden voor de eerste lunch bijeen in De Posthoorn: Klaas Valk opende als "provisional president" de bijeenkomst en liet weten, dat 2 door hem uitgenodigde personen wegens drukke werkzaamheden geen lid konden worden.

De wekelijkse bijeenkomsten werden vastgesteld op de dinsdagen van 17.30 tot 19.30 uur. Het entreegeld werd bepaald op fl 50,00 en moest gestort worden op een inmiddels geopende rekening bij de Coöperatieve Raiffeisenbank ter plaatse.

Voor de volgende week stond een zoek van de goeverneur op het gramma, zijnde Cees Smit van
club Amsterdam-Noord. Namens de sponsorclub Purmerend werd de inkomend voorzitter als begeleider aangewezen, zijnde John Uyt den Boogaard, notaris te Edam, Het voorlopig bestuur werd gevormd door Klaas Valk, voorzitter; Harry van Joolingen, secretaris en Theo van de Wint, penningmeester. Na deze bijeenkomst was er een feestje. Gerrit van Zanten, eigenaar van "De
hoorn", verzocht iedereen naar de bar te komen voor "a drink on the house”.
Op de bijeenkomst van 7 maart was het hoofdbestanddeel een speech door goeverneur Cees Smit over de doelstellingen van Rotary International. Als voorbeeld gebruikt hij zijn eigen rotarian zijn, waarin de medemenselijkheid voorop had gestaan en nog steeds stond.

De bereidheid om als groep uit te komen voor de gestelde idealen en als groep deze idealen te beleven ook in het beroep of de plaats in de maatschappij.

In de bijeenkomst van 14 maart werd de eerste gast ontvangen en dat was de notaris ter plaatse, Piet Strootman.

Tijdens de bijeenkomst van 14 maart 1972 werd meegedeeld dat Rotary-speldjes waren besteld om tijdens de installatie op 28 maart 1972 uitgereikt te kunnen worden. Op verzoek
Tjeerd Hoekstra kwamen er oook naamplaatjes, die tijdens de bijeenkomsten gedragen konden worden om zo sneller vooral elkaars voornamen te weten.

Charter

Op dinsdag 23 mei van het jaar 1972 reikte gouverneur Smit in de Grote kerk, onder veel belangstelling, het charter uit en was club Monnickendam opgenomen in de internationale organisatie.

Dit charter werd overhandigd aan Klaas Valk die als initiatiefnemer de leiding had gekregen van de inofficiële bijeenkomsten.

Na de installatie op 28 maart 1972 hadden de leden besloten Klaas Valk officieel tot voorzitter te benoemen en aangezien bij die datum het Rotary jaar bijna verstreken was, werd het voorzitterschap hem tevens gedurende het volgende, volledige Rotaryjaar opgedragen.

Klaas Valk opende met een welkomstwoord de bijeenkomst in de Grote kerk. Herman Steur stelde op de hem bekende wijze de Monnickendamse rotarians voor aan het publiek.
Goeverneur Smit sprak zijn vreugde uit over de komst van de nieuwe loot aan de toch al zo rijke Rotarystam.
Tot zijn verbazing was in Monnickendam alles in een minimum van tijd
geregeld, in zijn ogen eigenlijk te snel.
Hij beloofde ervoor te zorgen dat er de komende tijd doorknede rotarians de bijeenkomsten gingen bezoeken voor begeleiding.

Klaas Valk nam de charter-oorkonde in ontvangst en beloofde die op te zullen hangen in de meeting-ruimte.
Goeverneur Cees Smit kreeg, evenals alle aanwezigen, op zijn beurt als persoonlijk geschenk een foto-collage van de Monnickendamse rotarians, gemaakt door Ko Nieuwenhuijse.
Burgemeester en rotarian Frans de Groot vertelde over de historie van Monnickendam en Katwoude, oud-wethouder van de gemeente Marken, Dick Bces liet de geschiedenis van het
voormalige eiland de revue passeren.

Namens de sponsorclub Purmerend waarschuwde de toenmalige voorzitter, ds. Paul Oskamp, degradatie naar een "notoire-vreetclub" te voorkomen en zette deze waarschuwing kracht bij door een tijdens de installatie tafelbel te overhandigen.

Zoals gebruikelijk in Rotary werd ook het woord gevoerd door een vertegenwoordiger van de verst afgelegen club en dat was Texel.
Monnickendam had nooit een Rotaryclub gekregen, wanneer er in het verleden geen Texelaars waren geweest om de Monnickendamse handelsschepen te beloodsen, aldus de spreker.

Na de plechtigheid werd in "De Posthoorn" een toast uitgebracht met in de hand een door het barpersoneel speciaal voor deze bijeenkomst samengestelde nieuwe cocktail, die de naam "Gouwzeebrander" kreeg. In de loop van de avond volgde een koud buffet voorafgegaan door een bord soep. Tot diep in de nacht werd gedanst onder de tonen van een Antilliaans trio afgewisseld door een disc-jockey.

Projecten

Rotary club Monnickendam kon beginnen haar vleugels naar de wereld, het land maar speciaal de eigen omgeving uit te slaan.

Het eerste project dat werd aangepakt was druk uitoefenen op dijkgraaf, heemraden en hoofdingelanden van de toen nog zelfstandige droogmakerij "De Purrner" ten einde vaart te zetten bij de komst van veilige fietspaden.

Mede dankzij de welwillende houding en medewerking van de gemeentebesturen van Monnickendam, Purmerend en Edam-Volendam zijn de fietspaden er gekomen.

Het eerste, offiële gouverneursbezoek was op 12 september 1972 door gouverneur Jan Tupker, tevens aanwezig, namens de sponsorclub Geert Bennink.

Voor de toegangsdeur van "De Posthoorn" stond een kleine, opgetuigde zeilboot.

Tijdens de lunch kreeg Herman Janssen het woord, die in het kader van community-service een project aanreikte, dat door de club kon worden opgenomen.

Afkomstig uit een zeevarende familie was Herman in Engeland aanwezig geweest bij wedstrijden met een nieuw type, kleine zeilboot op de rede van Spitshead. Een boot, ontworpen door scheepsontwerper Alfred Holt op uitnodiging van het dagblad "the Daily Mirror".

Het bootje, zelfs zeewaardig zoals bij Spitshead bleek, kreeg de naam "Mirror Dinghy".

Voor de prijs van ƒ 1800,00 kon een bouwpakket worden gekocht om zelf de complete boot in elkaar te zetten, zoals ook was gebeurd met het scheepje voor de toegangsdeur.

MIRROR CLUB

Herman )anssen zag dit bootje speciaal voor de jeugd, als vervanger van de "Piraat” om zeillessen te nemen en zo de vrije tijd doelmatig in te vullen.

Een werkloze patiënt van Herman wilde een bedrijfje oprichten om eerstens uit de sociale wetgeving te geraken en tweedens de bootjes te importeren. Door zelf te importeren kon op
de aankoopkosten ƒ 300,00 worden bezuinigd.

Tevens kondigde Herman aan te werken aan een Mirror Dinghy Club Holland in samenwerking met de watersportvereniging Loosdrecht, waar reeds 20 dinghies in het water lagen. Al op 19 december 1972 kon Rotary Monnickendam zich uit het het Mirror-project terugtrekken.

De Mirrorclub Holland was een feit en kon de begeleiding overnemen.

Herman Janssen was de eerste voorzitter en bracht in het bijzonder dank en bracht in het bijzonder dank aan Siem Mey, Wem er Sutmann en Ko Nieuwenhuijse voor het beschikbaar stellen van tijd, ruimte, advies en vakmanschap bij het assembleren van de boten.

De Mirrorclub Monnickendam kreeg in het buitenbad op het Hemmeland een onderkomen en de naam van het daar gebouwde paviljoen herinnert nog steeds aan die tijd.

BOMBAY

Op 13 februari 1973 werd door Herman Steur een nieuw project aangeboden, mede namens zijn tweelingzuster Marietje.

Het steunen van de internationale organisatie ''Andheri Hilfe" gevestigd in de Westduitse hoofdstad Bonn.

Deze organisatie richtte zich speciaal op het opvangen, voeden en onderwijzen van weeskinderen in het voormalige Brits-Indië.

Gewerkt werd aan het exploiteren van een groot weeshuis in de Indiase miljoenenstad Bombay.

Marietje Steur vertegenwoordigde de organisatie in Nederland maar de leden van Rotary konden het verzoek niet helemaal plaatsen en wilden meer weten. Een delegatie uit de leden vertrok naar Bonn en kwam daar in kontakt met de leidster van "Andheri Hilfe" mevrouw Collmann. Zij wist de Monnickendammers te overtuigen, vooral van het feit dat er vrijwel
geen overhead-kosten aan de aktie verbonden waren. Deze geruststelling was voldoende, zodat besloten werd tot financiële steun over te gaan. De steun werd gegeven over een periode tot 18 december 1973, het moment waarop de organisatie berichtte, dat het weeshuis in Bombay uit de financiële problemen was.

Het contakt met de ''Adheri Hilfe" werd verbroken tot ontsteltenis van organisatrice Collmann, die meende dat de Rotaryclub Monnickendam geld beschikbaar bleef stellen nu ten behoeve van een nieuw opgestart project, een weeshuis in Bangla Desh.

De club bleef bij het besluit een andere richting voor sponsoring te zoeken.

DE PINGUINS

In Waterland werd een vereniging "De Pinguins" opgericht, die zich speciaal ging bezighouden met zowel verstandelijk als lichamelijk gehandicapte kinderen. De vereniging meende dat met deze kinderen meer te doen was dan uitsluitend voort te duwen in een rolstoel en kreeg gelijk.

Bij manege Clausen in Spijkerboor volgden, onder auspiciën van de vereniging, enkele gehandicapten paardrijles, maar daarvoor moesten zadels komen, aangepast aan de handicap.

Harry van joolingen had zich actief bij de vereniging aangesloten en vroeg zich af of hier een taak voor Rotary club Monnickendam lag. Die taak werd opgepakt en een zadelmaker ging aan het werk om de juiste zit aan te brengen.

Bij "De Pinguins" was ook een afdeling die zich bezig hield de pupillen bekwaam te maken in en op het water, zowel zwemmend als varend.

Er kwamen kano's waarmee in het zwembad van Edam-Volendam werd gepeddeld. De deelnemers kregen ook les in “reddend zwemmen” en daarvoor was een speciale kano nodig, waarvoor het geld door de club Monnickendam bijeen werd gebracht.

Rotary club Monnickendam besloot op 28 november 1972 een bedrag van ƒ 200,00 te schenken aan de voetbalclub Monnickendam ter gelegenheid van het heien van de eerste paal voor een nieuw clubhuis.

Een taak die Rotary club Monnickendam op zich nam was het zenden van kinderen uit probleemgezinnen, die niet op vakantie konden gaan, naar een Rotary kamp op het eiland Vlieland.

In het verenigingsjaar 1973-1974 werden vier kinderen door Monnickendamse rotarians naar de Vlielandboot in Harlingen gebracht.

De kosten voor elk van deze kinderen, zijnde ƒ 240,00 werd spontaan door 4 leden op tafel gelegd.

DE STOOMTRAM

Tijdens de meeting van 24 augustus 1974 lanceerde Klaas Valk, die voorzitter van de VVV in Monnickendam was geworden, als samenwerkingsproject voor de club de terugkeer van de
stoomtram op het traject Monnickendam/Broek in Waterland of zelfs verder. Het werd een zware klus voor Klaas om de leden zover te krijgen, zich met zijn plan te verenigen. Klaas
kondigde aan dat hij contact ging opnemen met een in Monnickendam wonende spoorwegen fanaat, de heer Borms en de directie van de Nederlandse Spoorwegen.

Klaas wist dat in Utrecht en Zeeland locomotieven en wagons aanwezig waren, eigendom van de Tramstichting.

Ineke Keverkamp, oomzegster van Herman Steur, ging als vrijwilligster werken in een weeshuis in Bombay en kreeg uit de clubkas een bedrag ƒ500,00, mee ten behoeve van de
kinderen.

Naar het Vlielandkamp gingen 3 kinderen uit probleemgezinnen en werden door de leden per auto naar Harlingen vervoerd en weer opgehaald.

Herman Mirani hield een lezing over het druggebruik in Nederland, en in het bijzonder hennep en canabisartikelen. Deze lezing was zo indringend, dat de club besloot aktie te ondernemen tegen de gedooghouding van de overheid, door te wijzen op de Wetsartikelen die gebruik en zeer zeker handel onmogelijk maken.

Ko Nieuwenhuijse, als vlieger veelvuldig in Amerika, nam op zich informatie en studiemateriaal in te winnen, de club wilde een gedegen en onderbouwd protest laten klinken. Ko slaagde met zijn aktie en bracht een schat aan informatie mee naar huis en