INE TAFFIJN, TALENTONTWIKKELAAR

boogschutters

Het is voorjaar 2009. Ik heb het gevoel dat de wereld aan mijn voeten ligt. Ik heb ontslag genomen en dat voelt zo bevrijdend. Nu ga ik in praktijk brengen wat ik zojuist geleerd heb. Ik word coach! En zo geschiedde...

 

Jan Luppes vroeg ook mij om een presentatie te geven en het mocht wel prikkelend zijn. Ik vermoed ook te weten waarom hij dat vroeg. Ik had Jan al eens vaker gevraagd naar zijn beweegredenen om zo fanatiek te sporten. In juni vertelde Jan over zijn voornemen om de marathon van Rome te gaan lopen. Geweldig natuurlijk. Ik heb er veel bewondering voor. Maar wat is dát afzien. Je moet tussen duizenden anderen in een vreemde stad, met hoge temperaturen een prestatie neerzetten van wonder en geweld. Sommigen vallen terplekke dood, anderen komen met hun broek vol over de finish omdat niets meer werkt. Dan vraag ik me af: welke gek doet zoiets? Waarom doet iemand dat? Dat antwoord hoop ik nog eens te krijgen van Jan. Eigenlijk ben ik buitengewoon geïnteresseerd in wat mensen drijft. Dus dat komt erg goed van pas in mijn, laat ik zeggen nieuwe beroep.

 

VAN DACTYLO NAAR RANDSTAD

 

Ik noem het expres nieuwe beroep omdat ik pas zeven jaar met het beroep coach/trainer bezig ben. Als je me ruim acht jaar geleden had gevraagd wat mijn beroep was, zou je een enthousiast verhaal hebben gehoord over wat ik deed. Ik was namelijk heel trots op wat ik voor mekaar had gebokst met de vestiging Dactylo Uitzendburo Emmen. Van de 150 vestigingen in Nederland was die in Emmen, mijn vestiging, de allergrootste in Nederland. En dat in Emmen! In die tijd mocht ik ook in het landelijke opleidingscentrum trainingen geven aan nieuwe vestigingsmanagers.

Dat waren voornamelijk commerciële trainingen. Heerlijk om te doen. Anekdotes meer dan genoeg om te vertellen. In mijn eigen team vond ik het fantastisch om mijn mensen te coachen. Wereldwijd werden er andere plannen gesmeed. Dactylo als onderdeel van Vedior International werd verkocht aan Randstad.

Voor alle Dactylo medewerkers, dus ook voor mij betekende dat vanaf augustus 2008 werken voor Randstad. Dat heb ik 9 maanden volgehouden als rayonmanager. Ik zat in een keurslijf. Men verwachtte van mij dat ik stuurde op kwantiteit i.p.v. kwaliteit. Dat paste mij helemaal niet. Een slecht huwelijk noem ik het. Ik heb dan ook bewust ontslag genomen. Nog geen seconde spijt gehad van die stap. Intussen zag ik voor mij de kans schoon om met de opleiding te starten waar ik al een tijdje naar had uitgekeken: de opleiding tot transformationeel coach/trainer. Dat was een heftige tijd. Wat het heftig maakte was dat je in het begin vooral met jezelf bezig bent. Je leer jezelf nóg beter kennen.

Dat is hard nodig wil je een goede coach zijn. Jij bent namelijk het instrument dat je inzet bij een goede coaching. Tijdens mijn opleiding heb mijn ontslag ingediend en toen volgde een korte periode van nadenken wat ik zou gaan doen. Ik heb nog een paar sollicitatiegesprekken gevoerd, maar mijn gevoel zei me dat ik me als zelfstandig coach moest gaan vestigen. Dat leek me heel leuk. En ik was er net in opgeleid. Dus waarom niet. Onze garage werd omgebouwd tot prettige praktijkruimte en zo kon ik beginnen.

Voor mij brak een nieuwe periode aan. Dat was oktober 2009.

 

ZELFSTANDIG TRANSFORMATIONEEL COACH

 

Van werken als leidinggevende van een team, werd ik opeens baas over mezelf. Dat viel niet altijd mee, want ik was heel streng voor mezelf. Ik vond bijvoorbeeld dat ik tot elke dag tot half zes moest werken, dat was ik gewend. Een uurtje iets anders doen, dat kon niet. Hoewel ik in het katholieke zuiden ben opgegroeid, had ik aardig wat Calvinistische trekjes gekregen. En eerlijk gezegd ben ik nog steeds niet helemaal van verlost! Maar het gaat een stuk beter. Ik kan nu genieten van een halve dag vrij. Moeten werken is nu mogen werken geworden. Geen klanten, Heerlijk!

TOCH WEL EENZAAM

Toen de eerste jaren verstreken waren begon ik me zo alléén te voelen. Ondanks dat ik mijn nieuwe werk leuk vond, miste ik mijn collega’s. De lol die we hadden, het scoren en het harde werken samen, dat was waar ik van hield. Ik kwam erachter dat alleen werken niet helemaal bij mij past. Ik heb mensen nodig. Mensen inspireren mij. De juiste mensen halen het beste in me naar boven. Daartoe ben ik zelf niet in staat. Ik zocht en vond een partner en we richten samen een VOF op. Het was heerlijk om weer samen met iemand plannen te smeden en leuke dingen te doen. We verkochten een prachtig testsysteem, een soort mini-assessment. Daar kwam na bijna een jaar een einde aan toen mijn partner om financiële reden een vaste baan zocht en vond.

EEN AKELIGE ERVARING

En intussen was mij iets overkomen, de meesten van jullie kennen het verhaal wel. Op een vroege ochtend in juli stond er opeens een vreemde meneer in onze slaapkamer. Dat is enorm schrikken en na zes weken kreeg ik allerlei gekke verschijnselen zoals hyperventilatie, daarna 5 maanden nauwelijks slapen, niet meer kunnen eten, in no-time 5 kilo afgevallen, veel huilen, me ziek voelen. Hulpverleners noemden het PTSS. Voor mij is die man waarschijnlijk de katalysator geweest voor wat er al was. Ik heb mezelf opnieuw moeten uitvinden. We hebben de VOF laten ontbinden.

Tijdens mijn opleiding heb ik mezelf al aardig leren kennen, maar in de tijd na de insluiper nog meer. Ik vind mezelf ook veranderd na de 27 commerciële jaren, laat ik het zo maar noemen. Ik heb een transformatie ondergaan. Van commerciële tijger die ik dacht te moeten zijn: stoer, pittig, vooral bezig met de buitenkant, perfectionistisch, naar mens, kwetsbaar, inlevend, geïnteresseerd, gevoelig.

En zo vind ik mezelf ook prima. Ik mag zijn zoals ik ben en dat is genoeg.

 

TALENTONTWIKKELAAR

 

Precies dat is waar ik met mijn klanten ook mee bezig ben. Het accepteren van wie je bent met ook je schaduwkanten, daar worstelen veel mensen mee. Als talentontwikkelaar, zoals ik mezelf graag noem ga ik eerst samen met de klant onderzoeken welke talenten hij in huis heeft. Veel mensen zijn zich er niet eens bewust van. Wat ze wél goed weten is waar ze niet zo goed in zijn. Er worden veel gevechten geleverd om die mindere dingen goed te krijgen. Maar het is veel makkelijker om je kwaliteiten te ontwikkelen, dus om van een 7 een 9 of 10 te maken, dan moeite te doen om de dingen waar je niet goed in bent te verbeteren, en van een 5 een 6 te maken.

Vaak zitten de talenten verborgen onder overtuigingen, beperkende overtuigingen. Dan is het zaak om eens te kijken waar die beperking vandaan komt en hoe die om te buigen naar een meer helpende overtuiging. Als je dát inzicht krijgt en het voelt, dan gaat een wereld voor je open.

 

DE BIJ DIE NIET KON VLIEGEN

 

De kleine bij zat in het gras en keek treurig om zich heen. Daar vlogen alle andere bijen af en aan. Hun kleine pootjes vol met stuifmeel, de mond vol met de nectar van de mooie rode en gele bloemen in het veld.

Ze was zo verdrietig omdat ze niet kon vliegen. Een bij die niet kan vliegen? Hoe kan dat nou, die vliegen toch allemaal, dat zit toch in de genen! Ja, normaal gesproken wel, maar bij deze kleine bij was het anders. Ze was ervan overtuigd dat ze niet kon vliegen. Toen ze nog een larve was had ze een keer twee wandelaars gehoord die langs haar bijenkorf liepen. Ze had ze duidelijk horen praten toen de ene wandelaar tegen de andere zei: “zeg weet je dat bijen eigenlijk niet kunnen vliegen, ze zijn veel te dik en hebben te kleine vleugels”.

“Oh ja”, zei de ander, “maar ze vliegen toch”. Net toen de andere wandelaar wilde antwoorden werden ze afgeleid, de kleine bij hoorde het antwoord niet. Deze uitspraak had ze zich ingeprent. Ze was er zo van overtuigd dat ze niet kon vliegen, dat ze het ook echt niet kon.

Haar bijenvader en bijenmoeder hadden alles al geprobeerd om haar te laten vliegen. Voordoen, op haar inpraten, kwaad worden, liefdevol toespreken. Niets hielp. Ze wist het gewoon zeker. Een bij kan niet vliegen. Als ze naar zichzelf keek zag ze een dik bolletje en héle kleine vleugeltjes. Nee, met een dergelijk lijf als dat van haar kon je echt niet vliegen. De andere bijen waren veel slanker, ook hun vleugels waren veel groter.

De kleine bij kon niet veel doen om mee te helpen bij het werk in de bijenkorf. Ze kon immers niet vliegen. Het enige wat ze deed was de bodem van de korf stofvrij houden. Heel nuttig en nobel werk, dat wel, maar het was niet echt nodig. De bijenkoningin zag dit allemaal gebeuren en op een dag riep ze de kleine bij tot zich.

“Vertel eens kleine bij, hoe gaat het met je”, zei de koningin met haar zachte stem en vriendelijke gezicht. De kleine bij keek vol ontzag naar haar op, verlegen en schuchter antwoordde ze: “Het gaat goed mevrouw”.

“Hoe gaat het echt”, vroeg de koningin nog een keer.

“Niet zo goed mevrouw, ik kan niet vliegen en dat doet pijn wanneer ik de anderen zo zie”.

“Vertel eens, wat zou je graag willen”.

“Nou, vliegen natuurlijk, net als de anderen” en terwijl ze dit zei werd ze weer triest want ze wist dat ze het niet kon. De koningin zag dat de kleine bij in elkaar kromp en zichtbaar pijn leed. Vriendelijk ging ze verder: “Stel nou dat je vanavond in slaap valt, je wordt morgenvroeg wakker en dan is jouw probleem opgelost. Jouw probleem is helemaal verdwenen. Stel het je eens voor, leef je helemaal in hoe de wereld er morgenvroeg uitziet nadat je hebt geslapen, wil je dat voor me doen”. De kleine bij wilde dit wel en ging stilletjes voor zichzelf zitten dromen. Ze stelde zich voor hoe ze vloog en van bloem naar bloem ging. De nectar met dikke klonten aan haar mond en het stuifmeel zo geel en dik aan haar pootjes dat alle anderen naar haar wezen en zeiden. “Kijk de kleine bij eens, hoe goed ze kan vliegen, hoeveel ze kan dragen”. De kleine bij werd zichtbaar vrolijker, begon zachtjes te zoemen en kreeg een kleur van plezier op haar kleine bijenwangetjes. Terwijl ze zo droomde en zoemde kwam ze een klein eindje omhoog van de grond. Eerst een klein eindje, daarna iets hoger. “Hé kleine bij”, zei de koningin, “waar vlieg jij nu naar toe, we waren toch nog niet uitgesproken”? De kleine bij deed haar ogen open, zag de koningin een eindje onder zich, warempel ze vloog. Van schrik ging ze direct weer naar beneden, keek verbaasd naar haar vleugeltjes en naar de koningin. “Hoe kan dit nou”, fluisterde de kleine bij.

“Weet je”, zei de koningin. “Als je denkt dat je iets niet kunt, dan klopt dat. Denk je dat je het wel kunt, dan klopt het ook, dus aan jou de keuze”.

 

Mooi verhaal hè. Ik kom dit vaak tegen. Daarom is mijn slogan ook ‘er zit meer in je dan je denkt’. Dat geldt voor heel veel mensen. Het mooie is dat ik ze kan helpen er verandering in te brengen. En dat doe ik met heel veel plezier.

 

COACHEN EN TRAINEN

 

Coachen doe ik één-op-één en trainen in een groep van max 12 mensen. Dat is ook zo mooi. Je komt zó vaak pareltjes tegen. Mensen die opeens een inzicht verkrijgen, dat is schitterend. Zo met een groep werken vind ik erg leuk. Maar voor die tijd heb ik het soms moeilijk. Ik ontwerp elke training opnieuw. En telkens heb ik last van een beetje faalangst. Is het goed genoeg? Zullen ze er voldoende mee doen? Werkt het ook na de training nog? En zo zijn er nog tal van vragen die ik mezelf telkens stel. Dus dat is wel een stressvolle periode die aan een training vooraf gaat. Trainingen lijken altijd duur, behalve als je weet hoeveel uren er zitten in het ontwerpen van een goed programma. Voor het coachen bereid ik weinig voor. Natuurlijk lees ik het verslag van de vorige keer nog even door.

Soms heb ik een oefening voorbereid, maar het moment vraagt om iets anders. Dat is prima. Wat ik vooral doe: Ik stel me open voor wat er gebeurt en ben helemaal aanwezig.

Zo ben ik ook opgeleid als transformationeel coach/trainer. Later heb ik overigens ook nog de opleiding transformationeel mediator gedaan. Ja, wat is dat transformationele nu? Ik zal het proberen kort uit te leggen. Je kunt op 3 niveaus coachen. Het eerste niveau is het zien: door iemands gedrag te zien kun je hem leren het anders te doen. Het tweede niveau is horen en zien en het derde diepere niveau is voelen, horen en zien. Op dit niveau worden andere interventies gedaan. Er worden zogenaamd vragen voor de ziel gesteld. Die kunnen sommige mensen raken. Als dát gebeurt, dan gebeurt er van binnen wat. En dan kan er van binnenuit ook verandering plaatsvinden. Want niemand wil van buitenaf veranderd worden, maar wel zelf de verandering laten plaatsvinden. Wat ik ook doe is een zogenaamd dubbelgesprek voeren. Het ene met de klant en het andere met mezelf. Wat zie ik wat hoor ik wat voel ik. Wat gebeurt er met mijn klant. Transformationeel werken is werken met hoofd, hart en handen. Het hoofd is om alle informatie op te nemen, daarna wordt het verlangen en motivatie (hart) aangesproken om verandering in gang te zetten en de handen zijn om daadwerkelijk in actie te komen.

In mijn opleiding heb ik diverse methoden van coachen geleerd, zoals provocatief coachen. Dat is een leuke vorm die ik soms toepas. Provocatief coachen is de ander op een verkeerd been zetten. Belangrijk is dat je een respectvol contact met de klant hebt en de nodige humor inbrengt. Klant heeft een probleem. Coach zegt: nou, dat is toch prachtig! Simpele mensen hebben dat niet, dus ik zou er blij mee zijn. Je kunt heel creatieve of absurde oplossingen te berde brengen. Totdat de klant zelf met de oplossing komt. Een andere mooie methode die ik vaak inzet is Voice Dialogue. Elk mens heeft te maken met ‘stemmetjes’, zijn subpersoonlijkheden die hem soms aardig in de weg zitten. Voorbeelden zijn: interne criticus die telkens tegen jou zegt dat het weer eens niet goed is, dat dat nou nooit eens in één keer goed kan gaan. Of dat kan jij niet, dat durf jij niet. Of een perfectionist. Die kunnen je ook aardig in de weg zitten. Er zitten ook helpende subpersoonlijkheden die je kunnen helpen om de andere wat minder actief te laten zijn. Het is een prachtige methode om mensen inzicht te geven en letterlijk te laten voelen wat er gebeurt en vooral voelen hoe anders/lekkerder het kan. Soms zet ik oplossingsgericht coachen in. Dat is werken volgens een strak stramien. Waar wil je heen, wat kun je al, wat gaat goed, welke obstakels heb je en hoe loste je die in het verleden op. Dat is echt gebaseerd op het versterken van de kracht die mensen al in zich hebben.

Wat het allerbelangrijkst is, is het stellen van de juiste vragen. Dat kan soms heel confronterend zijn. Een goede coach is namelijk lui en dom. Hij weet niets en gaat ook niet werken met de klant. De klant is de expert van zijn eigen vraagstuk. De klant lost het probleem dan ook zelf op.

 

EEN MINITRAINING

 

Nou, ik heb voor jullie ook een mooie vraag. Als jullie het goed vinden zou ik jullie allemaal een vraag willen stellen, net zoals de koningin bij de bij deed. Als jullie zo meteen met je buurman of buurvrouw de vraag zouden willen bespreken, dan kan er wat moois gebeuren. Ik ga de wondervraag stellen, heel eenvoudig. Als jullie er klaar voor zijn, dan komt hij hier.

‘Stel je voor dat je vanavond gaat slapen, zoals elke avond. Wat je niet weet is dat er vannacht een lieve fee komt
die alles wat je wenst voor jou waarmaakt. Je wordt morgenochtend wakker en je staat stil bij wat er is veranderd’.

Zou je die verandering willen bespreken met je buurman/buurvrouw?

Na de vraag: voor sommigen zal er veel veranderd zijn, voor anderen misschien iets minder. Wie wil hiervan iets met ons delen?

 

TENSLOTTE

 

Wat zijn zoal de vaardigheden waarover een goede coach moet beschikken? Ik dacht: ik ga eens kijken wat daarover in mijn mooie coachboeken staat. Daar komen ze:

-

Heeft een hoog zelfbewustzijn

-

In staat zijn snel een vertrouwensrelatie op te bouwen

-

Helder communiceren

-

Een (objectief) inlevingsvermogen hebben

-

Hanteert hoge normen en waarden

-

Is gedisciplineerd en proactief

-

Is een inspirerend rolmodel

Waarschijnlijk voldoe ik daar allemaal wel aan. Wat ik vooral geleerd heb is goed luisteren. Ik maak altijd een verslag van het coachgesprek. Maar het grappige is, dat waarschijnlijk door het intensieve luisteren, ik alles zo uit mijn geheugen kan halen. Mooi hè. En handig. En ik ben geboeid door mensen, wat hen bezighoudt, waarom ze reageren zoals ze reageren. Wat ik heel veel mensen heel vaak zie doen is zaken zelf invullen. Ieder weet wel waarom een ander zo reageert of zal gaan reageren, nog erger. We zijn allemaal psychologen van de koude grond en weten vaak ook wat goed is voor een ander. Mijn overtuiging is dat als mensen dat met 50% zouden reduceren, bovendien écht naar een ander gaan luisteren, dat de wereld er anders zou uitzien. Ik geef soms weleens het advies:

OMA ANNA was een OEN en smeerde zich onder invloed van LSD DIK in met NIVEA.

 

neem OMA niet altijd mee

Oordelen, Meningen en Adviezen

ANNA mag vaker mee

Altijd Navragen, Nooit Aannemen

OEN, de houding van een nar

Open, Eerlijk en Nieuwsgierig

LSD

Luisteren, Samenvatten en Doorvragen

DIK

Denken In Kwaliteiten

smeer vaker met NIVEA

Niet Invullen Voor Een Ander

 

Weten jullie overigens wat de definitie is van communiceren? Zo dicht mogelijk langs elkaar heen praten! Over luisteren gesproken, dit vind ik een mooie uitspraak die ik nog weleens bij de NCRV hoor:

 

LUISTER EENS éCHT NAAR ELKAAR, DAN HOOR JE ZóVEEL MEER…

 

Misschien is het een goed voornemen om daar in onze club eens mee te beginnen!

 

Presentatie Rotary 5 oktober 2016