Toelichting op het programma

PROGRAMMA ETHISCHE DILEMMA’S ALGEMEEN


Toelichting ethisch dilemma:
Een dilemma is een vraagstuk met een keuze uit twee of meer alternatieven die even aantrekkelijk of onaantrekkelijk zijn. Een ethisch dilemma is een situatie waarbij iemand verschillende keuzen tot handelen heeft die betrekking hebben op moraliteit. De beslissing kan uitmonden in onwenselijke situaties. Een ethisch dilemma bevat altijd verschillende waarden.

Voorbeeld: Een vrachtwagenchauffeur rijdt op een smalle weg en ziet voor zich aan zijn kant van de weg twee wandelaars en aan de overkant een fietser. Hij kan er niet tussendoor dus hij remt, maar de remmen weigeren. Als hij niets doet rijdt hij twee mensen dood. Als hij naar links stuurt slechts een. Wat moet hij doen?

Doel bijeenkomst:
Direct doel: Bewustwording van eigen grenzen (Wat vind je nog acceptabel, wat niet).
Hoger doel: Bijdragen aan een ethische wijze van besluitvorming bij te nemen beslissingen.
Het gaat niet om juist of onjuist, goed of fout, beter of minder (daarom geen discussie).

Inhoud programma op hoofdlijnen:
Het programma duurt totaal ca 75 minuten.
Start met uitleg over de werkwijze – ca. 5 minuten.
Gespreksgroepen van ca 6 personen – ca. 60 minuten
Plenaire nabespreking – ca. 10 minuten.

Per gespreksgroep is er een gespreksleider.

De gespreksgroepen:
De groepen worden willekeurig samengesteld.
De personen moeten met elkaar in gesprek kunnen/elkaar goed kunnen horen, ze moeten geen last hebben van de andere gespreksgroepen. Ze zitten bij voorkeur rond een niet al te grote tafel.

Werkwijze:
Per tafel wordt steeds een dilemma gekozen uit de vier dilemma’s.

Om de beurt mag degene die de talking-stick heeft (hulpmiddel) een reactie geven op het dilemma op basis van de vraag:
● Wat zou jij in dit geval doen en waarom?

Stel je bij de beantwoording de volgende vier vragen ('Four-Way Test', Herbert J. Taylor, 1932):
1. Is het waar? (Spreek ik de waarheid?)
2. Is het fair/billijk voor alle betrokkenen?
3. Bevordert het onderling vertrouwen en vriendschap?
4. Komt het alle betrokkenen ten goede? (Is het maatschappelijk verantwoord?)

Er wordt niet gediscussieerd. Er mogen wel betekenisvragen worden gesteld aan degene die de talking-stick heeft. Bijvoorbeeld: Wat bedoel je met…..? Hoe zie je dat voor je? Wie zou je……..?

Als degene die de talking-stick heeft klaar is, geeft hij/zij deze door aan iemand die aangeeft ‘m wel te willen.
Als niemand de talking-stick wil (bijvoorbeeld omdat hij/zij niets toe te voegen heeft aan de voorgaande sprekers) dan geeft de gespreksleider een (volgende) aanvulling op het dilemma.

Je kiest vier dilemma’s.
Per dilemma schrijft de gespreksgroep op wat opviel in het gesprek om dit plenair te delen. (Niet alle vier dilemma’s hoeven aan bod te komen. Het ligt eraan hoeveel tijd men per dilemma nodig heeft.)

Rol gespreksleider:
De gespreksleider bewaakt een evenredige inbreng van alle aanwezigen (iedereen moet aan bod kunnen komen), totaal ca 15 minuten per dilemma. Gebruikt hierbij de talking-stick.
De gespreksleider legt het dilemma voor en geeft wanneer niemand de talking-stick meer wil overnemen een (volgende) aanvulling op het dilemma.
● De gespreksleider bewaakt dat er niet gediscussieerd wordt. Grijpt dan in.
● De gespreksleider bewaakt de wijze waarop verdiepingsvragen worden gesteld (zoals, geen suggestieve vragen, geen
waardeoordelen).