Bijdrage Marius Ernsting

De beurs van Berlage:

Hij droomde van een gebouw waarin kunst, cultuur, economie en maatschappij samenkomen. Dat zie je in al zijn gebouwen terug: het vakbondsmuseum, het jachtslot Hubertus en het gemeentehuis van Usquert (terzijde: in kleine musea en monumenten zoals deze veel vrijwilligers actief, plm. 150.000). Hier opvallend: enorme bakstenen muren. Zij verbeelden in de ogen van Berlage de democratische samenleving: “als enkeling nietig, als massa een macht”.

Het gebouw

is geopend in het jaar 1903, het jaar van de beroemde spoorwegstakingen (“Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil”), hetzelfde jaar waarin de eerste Ford werd verkocht, het eerste radiotelegram werd verstuurd, de eerste Tour de France van start ging en het eerste gemotoriseerde vliegtuig door de gebroeders Wright in de lucht werd gebracht. Wat je noemt, een kantelend tij.

Anno 2013

We leven anno 2013 weer in een kantelend tij. Na zo’n 40/50 jaar verzorgingsstaat, via “vrije” marktwerking nu naar de redzame burger die meer verantwoordelijkheid moet nemen. De overheid doet het niet meer doet en wil kleiner worden. Die mantra moeten we trouwens met een flinke korrel zout nemen: de overheid neemt met belasting en premies nog altijd zo’n 250 miljard, 40 % van het BBP voor zijn rekening, en burgers, huishoudens, bedrijven, fondsen en loterijen zijn goed voor het bijeenbrengen van bijna 5 miljard voor allerlei goede doelen, 0,8 %

Ondertussen

Het gaat ondertussen wel om grote gebieden waarop de centrale overheid plaats gaat maken voor lagere overheden en de burger: een belangrijk deel van de AWBZ-zorg, de Wajong en de jeugdzorg (bij elkaar zo,n 15 miljard), integratie en reïntegratie, de revitalisering van verloederde buurten, de leefbaarheid van het platteland, natuur-bescherming en zelfs het kleine onderhoud van de publieke ruimte (uitstapje: sticker op vuilnis bak!).

N.B. De omvang van deze overheveling is zo groot, dat de vraag gesteld mag worden of en wanneer de overheveling van middelen naar lagere overheden en burgers daarmee gelijke tred houdt

De vraag

is of die burgers, die meer verantwoordelijkheid moeten nemen of gewoon krijgen, dat ook zullen of kunnen doen. Nu al staat Nederland aan de top in de wereld waar het gaat om het geven van tijd aan maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar liefst 42 % van de volwassen (d.w.z. vanaf 18 jaar!), dat zijn ruim 5 miljoen mensen, doet aan vrijwilligerswerk, gemiddeld een dagdeel in de week. Eén miljard uur onbetaald werk voor de samenleving (mantelzorg niet meegerekend), dat is verhoudingsgewijs aanzienlijk meer dan omringende landen zoals Engeland en Duistland, en zelfs meer dan de Scandinavische landen. Het is dus nog maar de vraag of daar bovenop nog meer van burgers verlangd mag worden (in de woorden van Evelien Tonkens “of er nog een substantieel altruïstisch overschot is”)

Martelende vraag

Om op deze martelende vraag antwoord te geven: er zijn m.i. twee gebieden waarop nog veel sociaal kapitaal aan te spreken is:

1.

de snel groeiende groep van 65+ ers, en dan met name de 70+ ers, die nu nog (voor een deel begrijpelijk) minder in vrijwilligerswerk participeren: het gaat om een groep van nu nog 1,75 miljoen, in 1930 zal dat plm. 3 miljoen zijn. Het gaat om een groep, die gemiddeld vitaler en welvarender zal zijn dan nu. Het is niet erg gedurfd om te veronderstellen dat in die groep zo’n half miljoen vrijwilligers verscholen zitten

2.

de werknemers in bedrijven: onderzoek heeft aangetoond dat een derde van de werknemers die nu geen vrijwilligerswerk doen, dat wel zouden doen als het bedrijf daarvoor faciliteiten zou bieden. Dat betekent dat er in deze richting nog eens ongeveer 1 miljoen vrijwilligers “aan te boren” zijn. Waarom wel schaliegas, en geen menselijke energie?

De grote vraag

achter dit alles is: wat zijn anno 2013 nu eigenlijk de ankerpunten, de “bronnen van vertrouwen”, waarop je die civiele kracht kan organiseren? Met het wegvallen van de zuilen, waarin veel maatschappelijke ordening plaats vond, is die vraag urgent geworden. Immers, mensen willen het gevoel hebben dat hun inspanning, of dat nu financiën of inzet met tijd en deskundigheid betreft, goed terecht komt. De kerk, de partij, de vakbond: ze zijn niet meer de “habitat” voor het goede doen. Je ziet, ook in reacties op steeds globaler wordende instituties en voorzieningen, een trend die daar goed op inspeelt: terug naar de menselijk maat, de kleine schaal, een gebied dat je kan overzien, en waarin je zelf een rol kan spelen. Buurtzorg, voedselbanken, urban gardening, huiskamerrestaurants, kleine sociale ondernemingen, en ook lokale fondsen die daarop inspelen. In die ontwikkeling biedt de kleinen lokale schaal ook nieuwe aanknopingspunten voor “filantropisch vertrouwen”: je bent er immers zelf bij, je hebt er zicht op?

De sleutel voor de kanteling

naar “burgerkracht” (Jos van der Lans, Nico de Boer) ligt m.i. in het kleine gebied, kleiner nog dan de gemeente (waarvan er nu nog 400, maar straks misschien minder dan 200 zijn). Denk aan de schaal van de buurt: maximaal 10.000 bewoners. Denk aan postcodegebieden met gemiddeld 2.500 adressen. Nederland telt ongeveer 4.000 postcodegebieden, dat zou een goed aangrijpingspunt kunnen bieden. Wie zijn daarin actief en herkenbaar als deel van die kleinschalige sociale cohesie en hoe kunnen ze die cohesie versterken? Uiteraard gaat het om organisaties als de Zonnebloem en Humanitas met hun afdelingen, vrijwilligerscentrales, en ook sportbonden (Nederland telt 27.000 sportclubs!), basisscholen, IVN en landschapsbeheergroepen, maar denk ook aan commerciële partijen voor wie de kleine schaal ook relevant is zoals de buurtsupers van Albert Heijn, en de postbestellers van PostNL en Sandd. En wat te denken van de Postcodeloterij als fondsenwering voor de lokale initiatieven? En Buurtlink als communicatie infrastructuur? En waarom dan daarin niet ook Rotary gepositioneerd? Met 500 clubs en 20.000 leden zou je op die lokale schaal volgens mij veel kunnen betekenen.

Slot

Het is mijn overtuiging dat je ook, nee júist op kleine schaal veel organiserend vermogen samen kunt brengen, omdat het van de mensen zelf is. Mensen, die het gevoel willen terugkrijgen dat ze ertoe doen als ze samen iets tot stand willen brengen. “Als enkeling misschien nietig als massa een macht”. Terug in de droom van Berlage.

Marius Ernsting