© 2021 Rotary in Nederland.
Alle rechten voorbehouden.

Verslag van een reis naar Ethiopie

(artikel Ethiopiëreis in de aanloop naar ‘Wandelen voor Water’) 24-2-2017

Kinderen uit Nederland, die leeftijdgenoten in Ethiopië helpen. Dat spreekt aan.

Het komt niet vaak voor dat mensen zelf in een derde wereldland gaan kijken wat er met hun donaties gebeurt. Gerrit-Jan Hülsenbeck uit Laren deed het een paar jaar geleden, toen hij in Cambodja ging kijken wat er met de opbrengst van het Dorpsdiner in Laren gebeurd was. Hij kwam tevreden en vol verhalen terug. Diverse regionale media hebben erover bericht. Afgelopen december deed hij het opnieuw, hij ging samen met Theo van ’t Klooster uit Eemnes en Jan van Woerkum uit Baarn naar Ethiopië om te zien hoe het daar zit met de bouw van zanddammen.

Alle drie zijn ze actief voor het waterplatform van de Gooise Rotaryclubs. Maar in het dagelijks leven hebben ze hun sporen verdiend in de internationale verkoop en marketing van zelfklevende produkten (Gerrit-Jan), als landschapsarchitect (Theo) en management-consultant (Jan). Vijf jaar geleden ontstond het idee om ook in onze regio in te haken op de jaarlijkse Wereld Waterdag, eind maart, waarop kinderen uit groep 7 en 8 van de basisscholen in heel Nederland gaan ‘Wandelen voor Water’. Ze doen dan mee aan een sponsorloop van circa 6 kilometer met 6 liter water op hun rug, om één keer te ervaren wat veel kinderen in droge streken van Afrika elke dag doen: ver van huis water halen.

door Tineke Vermeer *

In Ethopië heerst momenteel toch de noodtoestand?

Gerrit Jan: ‘Klopt, het is er vooral in het Noorden nog onrustig. Daarom is ons oorspronkelijke plan om met een grotere groep te gaan niet doorgegaan. Via een kennis die bij Defensie werkt werd ons de reis ook afgeraden, maar we hebben het risico genomen, omdat we goede contacten ter plaatse hebben en we gingen naar een redelijk rustig gebied in het zuiden.’

Theo, jij hebt daar familie wonen, hoorde ik?

Theo: ‘Mijn broer Gijs woont al lang in Afrika. Hij woont nu in de hoofdstad Addis Abeba, is getrouwd met een Ethiopische vrouw, werkt als veterinair arts en hij is met een internationaal team verantwoordelijk geweest voor het uitbannen van de runderpest in Afrika. Hij werkt aan vaccinatieprogramma’s en door het in kaart brengen van de trek van nomadenstammen, kan worden voorkomen dat er in verderop gelegen gebieden ziektes bij geiten, schapen en runderen worden doorgegeven. Het vee is heel belangrijk voor deze stammen.’

Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Theo: ‘Dat gaat heel modern tegenwoordig. Er wordt gebruik gemaakt van o.a. mobiele telefoons, foto’s van een ziektebeeld naar elkaar doormailen en zorgen dat op tijd de vaccinaties op de juiste plaats zijn.’

Zijn jullie al eerder in Ethiopië geweest?

Theo: ‘In december was het pas mijn tweede bezoek. Mijn broer kwam namelijk steeds jaarlijks naar Nederland, dus het kwam er niet van. Ik ben er in de jaren ’90 geweest, toen onze kinderen nog klein waren. Dat heeft toen diepe indruk gemaakt. Ze werden onmiddellijk vrienden met de Ethiopische kinderen, verbroedering in het spel, toen we weggingen hebben ze daar een voetbal achtergelaten, daar hadden ze het nu nog over.’

Jan: ‘Voor mij was het in december ook de tweede keer. En ik heb nu voor het eerst in mijn leven een echte zanddam gezien. Het ziet er nogal onnozel uit, maar dat is het niet. Als je geen heel stevig bouwwerk maakt, stort het bij die heftige regenbuien in. Wat we willen is het overvloedige water uit de regentijd ondergronds opslaan om het in droge tijden op te pompen. Toen ik in 2013 watercommissaris werd in mijn Rotaryclub Soestdijk wilde ik me oriënteren op de waterproblematiek in Afrika. Ik kreeg de kans om een keer mee te vliegen met een KLM-piloot uit de Rotaryclub naar Addis Abeba en ben er drie dagen geweest. Daar heb ik toen een aantal ideeën besproken, waarvan de meeste weer snel van tafel waren. Zoals een drinkplaats voor kamelen. Ethiopië en kamelen, dat leek mij geen vanzelfsprekende match. Uiteindelijk werd duidelijk dat het een soort ‘kinderen voor kinderen’-project moest worden, wat we wilden sponsoren. We hoorden hoeveel tijd vooral kinderen kwijt zijn aan water halen, waardoor ze vaak niet meer aan school toekomen. Dus als je een waterplaats vlakbij en sanitair in de scholen zou maken, dan sla je twee vliegen in één klap. Al snel kwamen we uit bij Wandelen voor Water. Dus scholieren uit ons werelddeel aan het lopen zetten voor schoon water voor kinderen in Afrika. ’

Theo: ‘op veel plaatsen zijn ook nog steeds programma’s om kinderen naar school te krijgen door ze daar een goede maaltijd te geven. Want er is misschien minder honger in Ethiopië, maar er is nog steeds schaarste en soms raken kinderen ondervoed door eenzijdige voeding.’

Een zanddam, dat is waar de scholen in Eemland ‘t Gooi in de afgelopen jaren met elkaar geld voor hebben opgehaald. Waarom kost zo’n dam zoveel geld?

Gerrit-Jan: ‘Eén dam, inclusief een pomp om het schone water op te pompen, sanitair in de school en alle toebehoren komt uit op ongeveer twintigduizend euro. Dat is inderdaad veel geld. Maar hij moet minstens dertig jaar mee kunnen en als je midden in de bush zit, waar geen wegen zijn, is het moeilijk om cement aan te voeren voor beton. Alles moet met vrachtwagens uit de stedelijke gebieden komen. We werken samen met plaatselijke NGO’s (Non Gouvernementele Organisatie), die lokale werkkrachten inhuren en de bouwtekeningen verzorgen. De organisatie SEPDA (South Ethiopian People Development Association) doet locatievoorstellen met tekeningen en een capaciteitsberekening. Daarna selecteren zij lokale aannemers. Deze lokale aannemers bouwen samen met de bevolking de zanddam. En de stichting Aqua for All beoordeelt de projecten, die mede onder supervisie van MetaMeta worden uitgevoerd. Ook Wilde Ganzen levert een bijdrage, evenals de Rotary Foundation, dus moeten de financiën inzichtelijk zijn.’

Theo, hoe heb jij als landschapsarchitect gekeken naar die locaties voor een zanddam?

Theo: ‘Met zeer veel interesse. Je weet welke factoren een rol spelen. De afstand tussen een zanddam en de school mag niet meer dan twee kilometer zijn en op een strategisch locatie langs de route naar het dorp liggen. Er moet niet al te diep een rotsachtige bodem zijn, zodat er een goede waterbuffer in het zand achter deze dam kan ontstaan. Er mag geen zout in de grond zitten. Natuurlijk weet de lokale bevolking daar veel over te vertellen, als je er samen onder een boom over praat. Zij weten ook waar je als laatste nog water kunt vinden, voordat het te droog is. Voor de actie ‘Wateroogst nummer 5’, waar we eind maart dit jaar voor gaan wandelen, is nu een locatie uitgezet. Deze keer in zuid Omo, bij de Hamarstam, een gebied dat grenst aan Konso.

Hoe verliep jullie reis?

Jan: ‘Met de nodige hobbels, die je van zo’n reis mag verwachten. Ongeveer 1200 kilometer hebben we per Jeep afgelegd en we hebben een keer een binnenlandse vlucht gemist. Er bleek een binnenlandse luchthaven te zijn verplaatst, waar we pas achter kwamen bij aankomst. We vonden dat het gras op de start- en landingsbaan wel erg hoog stond. Gelukkig was er een man met een tuktuk, die ons met de bagage naar het 12 kilometer verderdop gelegen nieuwe vliegveld wilde brengen. Ja, als je dan al van ’s morgens zes uur tot ’s avonds tien uur in een Jeep hebt gezeten, dan ben je geradbraakt.’

Was er ook tijd om iets meer van Ethiopië te zien?

Gerrit-Jan: ‘We hebben een bezoek afgelegd aan de Rotaryclub in Addis Abbeba, met hun werken we samen in het Wateroogst-project. En we zijn naar de internationale Sandfordschool in Addis Abeba geweest, die simultaan met ons ook op 22 maart een ‘Wandelen voor Waterdag’ heeft georganiseerd. Dat hebben ze een paar jaar geleden ook gedaan, toen Lotte, de dochter van Gijs van ’t Klooster er nog op school zat, samen met haar studievriend William Zamandu nam zij toen het voortouw. En natuurlijk hebben we het historisch museum bezocht, we hebben er de troon van keizer Haile Selassie gezien. Een grote troon voor een kleine man, die internationaal veel aanzien genoot. Maar de meeste indruk maakte toch ons bezoek aan de Hamar-stam in het zuiden, in Konso. Daar zijn nu een aantal zanddammen gerealiseerd, mede dankzij onze wandelacties. Ik ben blij dat we onze contacten hebben kunnen aanhalen en dat ik de namen niet alleen van papier ken, maar dat we iedereen ontmoet hebben. We kwamen onderweg bij een pomp, die niet werkte en één mailtje was voldoende om te zorgen dat de pomp onmiddellijk werd gerepareerd. Want zorgen voor schoon-water-voorzieningen is leuk, maar als het niet wordt onderhouden, dan stopt alles.’

Op de foto’s zie ik veel blije en goed doorvoede kinderen, niet het beeld dat we meestal van Ethiopië te zien krijgen.

Jan: ‘Op dit moment is er nog genoeg eten waar wij geweest zijn, maar de voeding is soms te eenzijdig, waardoor toch ondervoeding en ziektes kunnen ontstaan. De maaltijd op school blijft belangrijk. Maar het viel mij ook op hoe blij iedereen was als wij ergens aankwamen. Kinderen die plezier maakten met elkaar, hoe met eenvoudige middelen een school werd draaiende gehouden. Als de kinderen niet meer mijlenver water hoeven te halen, kunnen ze gewoon naar school.’

Het opslaan van watervoorraden is al bekend uit de tijd van de Romeinen, waarom is dat in Ethiopië zo slecht geregeld?

Gerrit-Jan: ‘Het zuiden is veel droger dan de rest van het land.’

Theo: ‘Het noorden is relatief meer ontwikkeld, daar vinden momenteel niet alleen de conflicten plaats, maar er is ook meer aandacht van de overheid voor de vooruitgang. Het zuiden is dunbevolkt, er wonen primitieve stammen met een eigen cultuur en er is een slechte infrastructuur, dus dat werkt achterstelling in de hand.’

Jan: ‘Toen wij er waren kregen we van SEPDA te horen dat er een afvaardiging van het ministerie naar de werking van de zanddammen komt kijken. We hebben goede hoop dat onze ideeën over water en sanitatie verder door het land zullen worden uitgerold.’

[inzet in 20% kleurfont:]

Deze actie wordt gezamenlijk georganiseerd door de Rotaryclubs Huizen-Gooimeer, Blaricum Centaurea, Baarn-Soest, Laren-Blaricum en Soestdijk.

[ inzet in 20% kleurfont:]

Woensdag 22 maart 2017 Wereld Waterdag

Op die woensdag gaan de scholen in heel Nederland weer Wandelen voor Water! De scholen uit Eemland ’t Gooi lopen allemaal voor de actie ‘Wateroogst 5’, waarmee geld wordt ingezameld voor zanddammen in Konso, Ethiopië. Blaricum, Huizen, Laren en Soest lopen op 22 maart, de scholen uit Eemnes op vrijdag 24 maart.

Twee weken voordat de wandeling plaatsvindt krijgen de scholen gastlessen over het belang van schoon water en deze specifieke actie.

*Tineke Vermeer is freelance journalist en lid van Rotaryclub Laren-Blaricum.

[fotobijschriften:]

v.l.n.r. Theo van ’t Klooster, Jan van Woerkum en Gerrit-Jan Hülsenbeck met hun contactpersoon en reisgezel George Dikker Hupkes van Rotaryclub Addis Abeba aan de maaltijd. Ze dragen hun geschonken handgemaakte shawls, die door plaatselijke stammen zijn geweven.

Theo van ’t Klooster en Jan van Woerkum op een ‘sub surface dam’ uit één van de vorige Wateroogst acties.

De plaatselijke bevolking maakt dankbaar gebruik van het schone water uit de dam.

Ook kinderen van de Hamarstam hebben leerplicht, hier gefotografeerd bij de dorpsschool.

Kinderen van de Sandford International School uit Addis Abbeba gaan dit jaar weer tegelijk met de scholen in Eemland ’t Gooi lopen. Ook 6 kilometer, met 6 liter water in hun rugzakje.

De laatste 12 kilometer naar het nieuwe vliegveld in een tuktuk. Beter dan lopen….

Na enig zoeken gelukkig het nieuwe vliegveld voor een binnenlandse vlucht gevonden.