De rol van de Russische taal in de Slavische wereld.

Op woensdag 18 februari hadden wij de eer een lezing te mogen bijwonen van Arend Steunenberg. De heer Steunenberg is Ruslandkenner en studeerde aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF). Juist in deze moeilijke tijden is het goed om iets van de historie te kennen over Rusland en Oekraïne. Arend begon zijn betoog met: De rol van de Russische taal in de Slavische wereld. De Russische taal heeft historisch een centrale, maar ook omstreden positie in de Slavische wereld: zij is numeriek de grootste Slavische taal, fungeerde lange tijd als gemeenschappelijke voertaal, maar wordt in veel landen tegenwoordig juist politiek en cultureel gedistantieerd. Tegelijk blijft Russisch belangrijk voor wetenschap, handel en onderlinge verstaanbaarheid tussen Slavische en niet-Slavische volken in de voormalige Sovjetruimte.

Historische en demografische positie

Russisch is de grootste Slavische taal, met verreweg de meeste moedertaalsprekers onder de Slavische talen, waardoor zij vaak als referentiepunt voor Slavische taalkunde wordt genomen. De taal behoort tot de oost-Slavische groep (samen met Oekraïens en Wit-Russisch) en ontwikkelde zich uit oudere oost-Slavische dialecten in de late middeleeuwen.

Russische taal als lingua franca

In het Russische Rijk en later de Sovjet-Unie werd Russisch doelbewust gepromoot als gemeenschappelijke taal voor bestuur, leger, wetenschap en hoger onderwijs in een meertalige ruimte. Hierdoor leerden generaties sprekers van andere Slavische talen (en vele niet-Slavische volkeren) Russisch als tweede taal, zodat het tot ver in Oost-Europa en Centraal-Azië als praktische contacttaal functioneerde.

Russische taal als lingua franca

In het Russische Rijk en later de Sovjet-Unie werd Russisch doelbewust gepromoot als gemeenschappelijke taal voor bestuur, leger, wetenschap en hoger onderwijs in een meertalige ruimte. Hierdoor leerden generaties sprekers van andere Slavische talen (en vele niet-Slavische volkeren) Russisch als tweede taal, zodat het tot ver in Oost-Europa en Centraal-Azië als praktische contacttaal functioneerde.

Schrift, cultuur en symboliek

Russisch gebruikt het cyrillische alfabet, dat historisch verbonden is met de Slavische kerktraditie; De taal is historisch verbonden met de Orthodoxie verschillende andere Slavische talen gebruiken ook cyrillisch, terwijl weer andere bewust voor het Latijnse alfabet kozen. In sommige landen (zoals Servië) heeft het aanhouden van cyrillisch mede een symbolische functie om culturele en religieuze verbondenheid met de Russische wereld te benadrukken.

Slavofielen en Westerlingen (Narodniki en Zapdniki)

Slavofielen en westerlingen waren in het 19e-eeuwse Rusland twee intellectuele stromingen die tegenover elkaar stonden in het debat over Ruslands identiteit: de slavofielen benadrukten een eigen, op orthodoxie en traditie gebaseerde Russische weg. Ze bekritiseerden de door tsaren als Peter de Grote opgedrongen verwestering en wilden teruggrijpen op “oorspronkelijke” Russische beginselen, maar niet als puur verleden, eerder als basis voor een eigen moderne ontwikkeling. Westerlingen (zapadniki) vonden dat Rusland achterliep en zich juist moest oriënteren op West-Europa: constitutionele staat, rechtsstaat, wetenschap, industrie en moderne instellingen. Ze waren doorgaans minder religieus-traditionalistisch en meer gericht op seculiere waarden, wetenschap en vaak ook socialistische of liberale ideeën. Ze zagen de integratie van Rusland in Europa als voorwaarde voor vooruitgang en beschaving, en verweten de slavofielen dat zij Rusland in achterlijkheid en autocratie zouden vasthouden. Feitelijk speelt deze tegenstelling nog steeds een grote rol in de Russische samenleving.

Het Schisma van 1054

De rol van het werelds gezag, met name dat van de paus en de politieke machtsverhoudingen, was cruciaal bij het schisma van 1054, ook wel het Grote Schisma genoemd. Het schisma markeerde de formele scheiding tussen de Rooms-Katholieke Kerk in het Westen en de Oosters-Orthodoxe Kerk in het Oosten. De wederzijdse excommunicatie markeerde het formele begin van de permanente splitsing tussen Oost en West. Het verschil in opvattingen over het wereldlijk en religieus gezag, met name de paus als hoogste autoriteit versus de patriarch als gelijke onder meerdere bisschoppen, was een van de kernoorzaken van het schisma. Het schisma maakt daarmee de religieuze verhoudingen in beide delen van Europa kwetsbaar, versterkt politieke en nationale identiteiten. Hoewel zowel de orthodoxie als het katholicisme traditioneel vrede en eenheid ambieert, leidt het schisma en de oorlogssituatie tot polarisatie en conflicten binnen en tussen de religieuze gemeenschappen van Oost-Europa en gebruikt men religie als een middel in de machtsstrijd tussen Oekraïne en Rusland.

Het Oekraïens schisma

Het Oekraïens schisma binnen de orthodoxe kerk betreft de erkenning van een autonome Oekraïense orthodoxe kerk die zich afscheidde van de Russisch-orthodoxe kerk. Deze beweging werd formeel bekrachtigd toen Bartholomeus I, patriarch van Constantinopel, tijdens een synode in Istanbul in 2018 "autocefalie" verleende aan de Oekraïense kerk. Dit betekent dat de Oekraïense orthodoxe kerk sindsdien zelfstandig is en niet langer onder de jurisdictie van Moskou valt, nadat ze eeuwenlang een onderdeel was van de Russische kerk. De erkenning van deze autocefale Oekraïense kerk leidde tot grote spanningen met de Russisch-orthodoxe kerk en creëerde een schisma binnen de orthodoxe wereld. In Rusland heeft de Russische-orthodoxe kerk onder patriarch Kirill het schisma en het conflict als een zaak van religieuze en geopolitieke belangen omarmd. De kerk speelt een sleutelrol in het promoten van de ideologie van de "Russkii Mir" (Mir betekent wereld, maar ook vrede. Russki Mir kan dus Russische wereld maar ook Russische vrede betekenen.), die Oekraïne beschouwt als spiritueel en cultureel onderdeel van Rusland. Deze religieuze legitimatie ondersteunt de politieke agenda van het Kremlin en president Poetin, waarbij de orthodoxie wordt ingezet om de invasie van Oekraïne te rechtvaardigen als een strijd tegen westerse waarden en als een heilige missie. In Oekraïne leidt het schisma tot verdeeldheid onder orthodoxe gelovigen. De meerderheid van de Oekraïense bevolking is orthodox, maar er bestaan nu drie grote orthodoxe kerken in het land: de nieuwe, autocefale Oekraïense orthodoxe kerk die erkend wordt door het patriarchaat van Constantinopel en voortkomt uit het schisma; de pro-Moskou loyale Oekraïense orthodoxe kerk; en een kleinere Oekraïense Grieks-katholieke kerk. Deze situatie veroorzaakt een religieuze tweedeling binnen Oekraïne, waarbij het nieuwe autonome kerkkorps gezien wordt als een symbool van nationale onafhankelijkheid en identiteit, terwijl de pro-Moskou kerk wordt gezien als een verlengstuk van Russische invloeden.

Na deze buitengewoon interessante lezing zijn we toch weer wat wijzer geworden over de diepgewortelde culturen in beide landen. Onze voorzitter Ger Bakker bedankte namens alle aanwezige leden en partners de preker en overhandigde hem een fles wijn als blijk van waardering.