24 januari 2013: De Elfstedentocht van Jo van der Lippe in 1963

Elfsteden Jo van der Lippe 1963

Een barre tocht.

Elfstedentocht………… ja als je een beetje kan schaatsen is het interessant dat ook eens te proberen. Paar merentochten van 90 km gereden, dat ging goed.

Arie Vink en Teun van Duin schaatsten mee.

We besloten ‘m te gaan rijden en in de wedstrijd mee te gaan doen.

Ik was totaal onervaren, had namelijk nog nooit een schaatswedstrijd gereden, maar ik had het volle vertrouwen in mezelf.

Trainen: Er werd altijd vanaf Noordwijk, natuurlijk, het Schie en Westend gestart.

Merentochten en Molentochten. Verder niet .

Het korte baanwerk lag me niet.

Vaak met broer Piet rondje Katwijk en Oegstgeest geschaatst.

Als het al een beetje ging vriezen schaatsten we op Casino ijsbaan, daar waren we altijd te vinden. Broers Arie en Jan schaatsten niet veel.

Mijn Opa stond bekend om het rijden van korte baan wedstrijden.

Er werd om Spek en Bonen , letterlijk, gereden. Dit werd dan aan de arme mensen geschonken. Een benefit wedstrijd dus. Opa was fanatiek, het ging op tijd.

De Tocht.

Hoe hoorden we dit?

Via de radio werd het aangekondigd. Het opgeven was vrij en van te voren deed je niets, je ging gewoon naar Leeuwarden en schreef je in.

De dag tevoren dus naar Leeuwarden. Vanuit Leiden met de trein.

Wat nam je mee?

Niet veel, je schaatsen natuurlijk. Geld. Een zakje Studentenhaver. Geen drinken.

Hoe ging je gekleed?

Ondergoed, lange onderbroek, hemd en Tshirt, goeie trui, schaatsbroek (gewoon tricot gebreid). Noorse wollen wanten en een schaatsmuts. Een zemen lapje in de onderbroek ter bescherming van de edele delen en kranten voor de borststreek.

Schoenen, gympen, lieten we achter bij de startplaats en werden later door vrijwilligers naar de hal gebracht. Daar lagen ze op 1 grote hoop, je moest maar zoeken om deze terug te vinden.

Slapen?

Na het inschrijven - je kreeg een nummer en de stempelkaart - werd je ingedeeld voor een slaapadres in de stad.

Wij konden met z’n 3en op 1 adres terecht. Vroeg slapen, na het eten van een bord pap.

De gastheer was benieuwd waar je vandaan kwam.

Kon je slapen? Nee helemaal niet. Ik deed geen oog dicht. De spanning was groot en het weerbericht was niet best.

Het weer:

Strenge vorst en harde wind en slecht ijs.

Ochtend:

Wekker gezet. De start was om 6 uur.

Lopen naar de Frieslandhal. 10 minuten.

Daar vandaan werd het startschot gegeven. Massaal starten met de hele meute.

Er stonden mensen met een fakkel langs de kant. Ik stond redelijk vooraan.

We moesten ca 1 km lopen, zeg maar rennen. Ik had een zaklampje bij me. Het effect daarvan had niet veel om het lijf.

Aankomst bij startplaats, het was een soort grote vijver. We konden er rondom zitten en de schaatsen aanbinden. Wat je niet nodig had gooide je gewoon aan de kant.

Ik nam m’n klompslofjes van leer mee tussen de broek gestoken .

Fout gedaan:

Ik nam mijn schaatshoezen wel mee, die had ik zelf van een buiten-fiets-band gemaakt. Dit om de ijzers te kunnen beschermen als ik moest klunen.

Dat werd later een last, daar kom ik op terug.

Schaatsen zaten goed, ik was vrij snel weg. Direct starten was belangrijk. Je zag elkaar niet meer want je reed als het ware een donker gat in. Pikdonker, koud en straffe wind.

Ik had denk ik ca 3 km gereden, kwam in een scheur terecht en viel. Ik had die hoezen vast en kwam met mijn hand op het ijs terecht. Duim gekneusd. Pijn. Doorgaan.

Voor me hoorde ik ze wegrijden, het krassen van de ijzers, dat was de kopgroep.

Bruggetjes, daar moest je onderdoor. Goed bukken, niet struikelen.

Na 10 km kwam er iemand naast me en zag dat ik het was. Jo, ben jij het?

Het was dorpsgenoot Jan Alkemade. Ik wist niet dat hij ook mee reed.

Voorstel van Jan: Zullen we naar de groep voor ons rijden?

Dit wilde ik niet. Liever rijden zoals ik op dat moment deed. In mijn eigen ritme.

Er lagen al rijders die gevallen waren langs de kant. Een slachtveldje inmiddels. Het was aardedonker, ik wilde wachten totdat het lichter werd.

Jan ging toch door.

Achteraf gezien had ik het moeten doen. Ik zat per slot van rekening in een wedstrijd.

Bij de eerste stempelpost was het dringen. Mijn kaart hing om mijn nek, onder mijn trui.

Ik reed het eerste stuk best lekker.

Je kwam door dorpjes, er stond geen volk langs de kant, het was ijsberenweer en nog te vroeg.

Sneek.

Het werd lichter, we gingen de Fluessen op, het leek Siberië wel.

Indrukwekkend en afschrikwekkend. Ik reed daar helemaal alleen.

Wat ging er door je heen?

Waar zal het end zijn? Er ging van alles door je kop.

Als er maar niets bevriest. Ik had mijn gezicht wel ingesmeerd met vaseline. Dacht aan mijn ogen, droeg geen bril, en aan mijn tenen.

Had last van mijn rug. Er lagen mensen langs de kant met bebloede hoofden etc.

Koude voeten, last van je tenen. Bar was het!

Na de Fluessen kwam ik bij Staveren. Bij die stempelpost was het niet druk. Ik had er ca 65 km opzitten.

Bij Hindelopen ben ik de kant opgegaan. Ik wilde weten hoe lang het geleden was dat het eerste koppel gepasseerd was.

In de wedstrijd gold nml dat je maximaal een uur na de finish van de winnaar mocht binnen komen. Ging je daar over heen, dan kreeg je geen kruisje.

Anders dan een toertocht. Dan heb je de tijd tot 24.00 uur.

Mijn conditie viel mee. Er was nog niets bevroren, de schaatsen niet beschadigd.

Het publiek langs de kant vertelde dat via het radionieuws gezegd werd dat er deelnemers van het ijs gehaald waren met botbreuken, bevriezingen en andere verwondingen en dat verder rijden onverantwoordelijk was.

Het was mijn eerste wedstrijd, ik wilde het risico niet nemen en besloot te stoppen.

Ik had voldoende geleerd en zou het volgend jaar anders doen.

(Mijn kans heb ik niet meer genomen. Na 22 jaar kwam er pas weer een tocht. Ik was er niet bij. Zat vanaf de start heel vroeg in de ochtend bij de open haard om het via TV te volgen en had spijt….)

Vanaf de kant, daar in Hindelopen, terwijl ik met de mensen stond te praten, kwam er een jongen naar me toe.

Waar kom je vandaan werd er gevraagd.

Uit Noordwijk.

De jongen zei: Blijf even wachten, ik haal mijn vader.

De vader, Ruud Kuipers, had in Noordwijk gewoond en had bij Siem Waal de poelier gewerkt.

Ruud Kuipers kwam, zag me staan en zei:

Ik heb het al gezien, je bent een van der Lippe!

Zo werd ik uitgenodigd om mee te eten. Hachee. We praatten over Noordwijk.

De Radio stond aan. Mensen die nog op het ijs waren, de toerrijders, moesten er af.

Er waren veel gewonden.

Ik had vanuit het huis zicht op het kanaal. Velen stapten af en liepen door de straten.

De zoon bracht me naar de trein. Zo kwam ik weer in Leeuwarden. Een illusie armer en ervaring rijker.

Jan Alkemade had nog in de kopgroep meegereden, maar moest ook afhaken , Arie Vink was al terug, zijn schaats krom door een scheur in het ijs.Teun was tot Workum gekomen.

We hebben niet op de huldiging gewacht, namen de trein om nog voor de nacht thuis te zijn.

Gastheer bedankt. Het was een barre tocht.

Naar mijn schoenen heb ik niet meer gezocht, dat was geen doen. Ik geloof dat ik op de klompslofjes naar huis gekomen ben.

Opgetekend door Anja, 24 januari 2013

De Elfstedentocht (Uit Wikipedia)

De tocht brengt de deelnemers langs de elf plaatsen in Friesland die ooit stadsrechten hebben verkregen. Naast deze 11 steden voert de tocht ook langs dorpen, maar de route vereist niet dat deze dorpen ook allemaal worden aangedaan, maar de elf steden moeten uiteraard wel allemaal aangedaan worden. Zo waren er plannen voor de -niet uitgeschreven- tocht in 2012 om tussen Sloten en Stavoren niet via het riviertje de Luts in Balk te gaan maar via de Fluessen. Omdat Balk niet tot de 11 steden behoort doet een dergelijke alternatieve route niets af aan de status van het traject: het blijft een geldige Elfstedentocht.[1]

De tocht wordt met de wijzers van de klok mee geschaatst. Tot 1933 en in 1941 werd de omgekeerde route afgelegd. Tegenwoordig is de route als volgt:

Route van de Elfstedentocht

Stad

Fries

Afstand vanaf startpunt (km)

Leeuwarden (start)

Ljouwert

0

Sneek

Snits

22

IJlst

Drylts

26

Sloten

Sleat

40

Stavoren

Starum

66

Hindeloopen

Hylpen

77

Workum

Warkum

86

Bolsward

Boalsert

99

Harlingen

Harns

116

Franeker

Frjentsjer

129

Dokkum

Dokkum

174

Leeuwarden (finish)

Ljouwert

199

Hemelsbreed is de afstand van stad naar stad slechts 155 km. Dokkum ligt een eind verwijderd van de andere steden, als men deze stad overslaat wordt de route (via het ijs) minstens 50 km korter.

Om groen licht te kunnen geven voor de organisatie van een Elfstedentocht moet er op het gehele traject een ijsdikte zijn van minimaal 15 cm. Alle rayonhoofden van de vereniging moeten hun instemming betuigen. Voorafgaand aan de tocht worden soms kleinere wakken opgevuld met ijs, de zogenaamde ijstransplantaties. Op plekken waar niet geschaatst kan worden (bijvoorbeeld door slecht ijs, een lage brug, een doodlopend water) worden voorzieningen gemaakt waar schaatsers op de kant kunnen komen en een stuk moeten lopen, het zogenaamde klunen.

Elfstedenmonument (tegeltjesbrug, fotomozaïek) te Giekerk.

Een detail van het Elfstedenmonument bij Giekerk, gemeente Tietjerksteradeel.

Elke deelnemer krijgt bij de inschrijving een stempelkaart. In bovengenoemde elf steden staan stempelposten. Daar moeten de wedstrijd- en toerrijders hun stempelkaarten tonen die dan - met de hand - afgestempeld worden. Bovendien zijn er drie geheime stempelposten om te voorkomen dat de deelnemers een deel van het traject per auto afleggen. Bij een geheime controle wordt er met een speciale tang een gaatje in de kaart geknipt. Een deelnemer krijgt het bewijs van deelname, het zogenaamde Elfstedenkruisje, mits alle stempels en 'knippen' op de kaart staan en hij of zij voor middernacht over de eindstreep op de Bonkevaart in Leeuwarden komt. Naast het kruisje krijgen de eerste elf aankomende mannelijke deelnemers én de eerste vijf aankomende vrouwen een medaille. De winnaar van de tocht ontvangt ook nog eens de Pim Mulier-wisselprijs.

Een bekende plaats van de Elfstedentocht is Bartlehiem, doordat de schaatsers het traject van Bartlehiem naar Dokkum twee keer afleggen. De eerste keer op weg van Franeker naar Dokkum en de tweede keer weer terug in de richting van de finish in Leeuwarden. Het is niet de enige plaats waar de schaatsers twee keer langskomen, ook Birdaard en de andere dorpen langs de Dokkumer Ee worden twee keer bezocht. Een kort traject tussen Sloten en het Slotermeer wordt ook twee keer afgelegd.

Vanouds was schaatsen in koude winters voor een Fries de enige manier om een lange afstand af te leggen, want een paard was niet voor iedereen betaalbaar. Het staat vast dat er in vorige eeuwen al eens weddenschappen zijn afgesloten en succesvolle pogingen zijn gedaan om op één dag alle Friese steden te bezoeken. Dat blijkt uit een gedichtje van Van Boelens uit 1740:[2]

De knaap was lang beducht,

Voor het baasje, dat gelijk een vogel door de lucht

Kon vliegen over het ijs. 't Is Pier die ellef Steden

Van Friesland, op een dag, heeft in het rond gereden.

In december 1890 maakte Pim Mulier een schaatstocht langs de elf Friese steden.[3] Hij stond aan de basis van de organisatie van de eerste officiële tocht en de eerste wedstrijd in 1909 en ontwierp het kruisje dat deelnemers krijgen die de tocht volbrengen. Sinds 1909 zijn er maar 15 officiële Elfstedentochten (op schaatsen) gehouden. De laatste was op 4 januari 1997. De winnaars van de tochten waren:

 

datum

jaar

weer

deelnemers

winnaar

woonplaats

snelste
tijd

km

winnares (**)

woonplaats

 

 

 

 

start

finish

 

 

 

 

 

 

1e

2 januari

1909

dooi

23

 

Minne Hoekstra

Warga

13:50

189

 

 

2e

7 februari

1912

dooi, regen

65

36%

Coen de Koning

Arnhem

11:40

189

 

 

3e

27 januari

1917

 

150

61%

Coen de Koning

Etten-Leur

9:53

189

 

 

4e

12 februari

1929

strenge vorst, harde N wind

303

38%

Karst Leemburg

Leeuwarden

11:09

191

 

 

5e

16 december

1933

zeer gunstig

512

94%

Abe de Vries
Sipke Castelein

Dronrijp
Wartena

9:53

195

 

 

6e

30 januari

1940

sneeuwval, harde wind

3404

4%

Piet Keijzer
Auke Adema
Cor Jongert
Durk van der Duim
Sjouke Westra

De Lier
Franeker
Alkmaar
Warga
Warmenhuizen

11:30

198,5

Sjoerdtsje Faber

Warga

7e

6 februari

1941

gunstig

1900

88%

Auke Adema

Franeker

9:19

198,5

Wopkje Kooistra

Warga

8e

22 januari

1942

gunstig

4832

82%

Sietze de Groot

Weidum

8:44

198

Antje Schaap

Wirdum

9e

8 februari

1947

strenge vorst, harde wind

2061

15%

Jan W. van der Hoorn

Ter Aar

10:51

191

 

 

10e

3 februari

1954

lichte vorst, weinig wind

2735

81%

Jeen van den Berg

Heerenveen

7:35

198,5

 

 

11e

14 februari

1956

strenge vorst, slecht ijs

6339

76%

geen winnaar aangewezen (*)

 

8:46

190,5

 

 

12e

18 januari

1963

zeer zwaar, vorst, harde oostenwind, slecht ijs

9862

1%

Reinier Paping

Ommen

10:59

196,5

 

 

13e

21 februari

1985

dooiend

16 455

 

Evert van Benthem

St. Jansklooster

6:47

196,8

Lenie van der Hoorn

Haarlem

14e

26 februari

1986

gunstig

16 999

88%

Evert van Benthem

St. Jansklooster

6:55

199,3

Tineke Dijkshoorn

Schipluiden

15e

4 januari

1997

vorst, harde wind

16 738

69%

Henk Angenent

Woubrugge

6:49

199,6

Klasina Seinstra

Luxwoude