© 2022 Rotary in Nederland.
Alle rechten voorbehouden.

12 oktober 2011: Willem Baalbergen Sr. over Katwijkers op de walvisjacht

12 oktober 2011: Willem Baalbergen Sr. spreekt over de Walvisvaart

Op 12 oktober 2011 heeft Willem Baalbergen Sr. gesproken over zijn hobby, de geschiedenis van de Nederlandse walvisvaart . Elke Noordwijker weet dat in Antiquariaat Moby Dick een complete kelderverdieping is over de walvisvaart, de flora en fauna in de arctische gebieden en andere boeken over wat daar verder nog over geschreven kon worden. Alles!

Uit het weekbericht:

Willem Baalbergen spreekt over walvisvaart:

De interesse is sluimerend denk ik bij iedereen aanwezig. Wie herinnert zich niet de geschiedenis van Willem Barendsz , die voor de VOC een noordelijke vaarroute moest vinden naar Indië.

Dit mislukte, de expeditie moest overwinteren op Spitsbergen onder veel ontberingen. Maar men ontdekte wel veel walvissen onderweg en dit was aanleiding voor de 17e-eeuwse walvisvaart op Spitsbergen. De walvisvaart was gevaarlijk: uit de sloepen moesten de walvissen met de hand geharpoeneerd worden en verder met spiesen worden afgedood, aan land worden gesleept en verwerkt.

De resten van de nederzetting Smeerenburg op Spitsbergen zijn nog te vinden en er bestaat archeologische interesse voor.

Willems belangstelling werd gewekt door de overname van de bibliotheek van een walvisvaartliefhebber voor mijn boekenwinkeltje. Mijn winkel heet ‘Moby Dick’, naar de legendarische walvis in het boek van Melville.

In 1946 kwam er een impuls om de walvisvaart nieuw leven in te blazen vanwege de behoefte aan vetten voor de voedingsindustrie. Aan alle voedingsstoffen was gebrek door de oorlog.

Een Noorse tanker werd omgebouwd tot het trotse schip de ‘Willem Barendsz’. Met begeleidende jagerschepen werd de jacht geopend op het zuidelijk halfrond vanuit Kaapstad.

Er was enorme belangstelling van de pers. Journalisten en fotografen voeren mee op de eerste trip.

Ook ging er eens scheepsarts mee Dr. Melchior. Hij schreef een boek over de toestanden aan boord. Hij beschreef onordelijke en onhygiënische toestanden.

Men probeerde de publicatie van het boek te verhinderen, maar dat lukte niet. De reacties op het boek waren heftig.

Er werkten ook een aantal Katwijkers op de jagers. Immers, ervaren visserslieden als zij waren wilden zij veel geld verdienen (bonussen) op de jagers met het gevaarlijke werk van de daadwerkelijke vangst. Men was ’s zomers thuis en ’s winters aan het werk, een aantrekkelijke tijdsindeling van arbeid.

Er werden in 1946 747 walvissen gevangen, blauwe vinvissen het meest. Spek en botten werden op het moederschip gekookt en verwerkt tot traan en kalk resp. De traan werd verder verwerkt tot spijsvetten.

In de klassieke walvisjacht is deelname van Katwijkers minder bekend. Dit is wel het geval met een aantal Noordwijkse vissers!

Over de Katwijkse walvisvaarders is een boek geschreven door Wim van der Plas.

Aardig is te vermelden de oorsprong van de naam Varkevisser. In de netten van de Katwijkse vissers raakten als bijvangst soms Bruinvissen verstrikt Deze vissen werden in het visserslatijn ‘varkens ‘genoemd vanwege hun hoge (en nuttige) vetgehalte

Aan de walvisvaart (tot 1960) kwam een eind door overbevissing. Door de oorlog had deze vaart stilgelegen en waren er aanvankelijk genoeg walvissen. De grote blauwe vinvis werd het sterkst bedreigd en de jacht werd al vanaf 1970 verboden door de O.C.W. Op de dwergvinvissen en potvissen mocht nog wel enige tijd worden doorgejaagd.

Vooral de tanden van de potvis waren gewild vanwege de mogelijkheden van verwerking tot kunst- en siervoorwerpen.

Zoals bekend zijn de Japanners, Noren en IJslanders wel doorgegaan met de vaart, maar is deze beperkt en de interesse voor walvisvlees loopt terug. De interesse voor vetten was sowieso al minder door vervanging van plantenvetten in voedingsmiddelen.

Er is in het pas gerenoveerde maritiem museum in A’dam een walvisvaart afdeling. In Duitsland is er een actieve vereniging van walvisjacht liefhebbers met een jaarlijkse bijeenkomst.

Ook is er in een Duits museum een complete overzichtstentoonstelling van de Nederlands walvisvaart.

Vraag: hoe werd gejaagd?

In de oude tijden met handharpoen uit de sloep en afdoding met spiesen. Later met harpoenkanonnen. Op de WB maak men in eerste instantie gebruik van ervaren Baskische harpoeneerders.

Vraag: werden de gevangen walvissen niet volgepompt met lucht via slangen om ze te laten drijven? Antw: bij sommige walvissoorten was dit inderdaad nodig om ze drijvende te houden totdat ze op het moederschip gehesen konden worden voor verwerking.

Vraag: wanneer is het jachtseizoen? Antw: verschilt op Noordelijk en Zuidelijk halfrond t.w. na de periode dat de jonge walvissen met hun ouders weer het ruime sop kiezen . Dat is dus in onze herfst en winter periode op het zuidelijk halfrond.