© 2022 Rotary in Nederland.
Alle rechten voorbehouden.

18 december 2013: Kerstoverdenking

18 december 2013: Kerstoverdenking

Ons clublid Johan Alblas is dominee in Katwijk.

Voor wie niet uit deze omgeving komt, klinkt dat wel bijzonder ernstig, want Katwijk wordt buiten deze regio niet zelden in één adem genoemd met gemeenten waar men zwaar in de leer is. Dat is niet juist. Als Katwijk al met een andere gemeente te vergelijken is, is het met Volendam, vindt Uw webmaster, geen Katwijker zijnde. Een hechte gemeenschap van overwegend hardwerkende lieden, met veel hart voor hun gemeenschap. Maar evenmin als elke Volendammer de deur van zijn katholieke kerk plat loopt, doen veel Katwijkers dat bij hun hervormde/gereformeerde kerken.

Maar wie Johan kent, en dat doen wij, begrijpt dat zíjn kerk in elk geval wel vol zit. Johan is een begenadigd spreker, die zich met hart en ziel inzet voor zijn kerk en zijn leden. En met veel humor.

Ook dit jaar liet de club het graag aan hem over om de kerstoverdenking, of zo u wilt, de eindejaarsoverdenking, te verzorgen. Dit was de tekst. De plaatjes heeft Uw webmaster er bij gezet.

Reddingsboei

1. De schipbreuk

2. De reddingsactie

3. De redders

Bij 1. De schipbreuk

Kerstfeest is een leuk feest. De romantiek van de kerstboom, de lichtjes, de cadeautjes, het diner… vrede op aarde…

Maar het is zo’n leuk feest, omdat het even iets anders is dan het “gewone” leven. De geschiedenis van kerst zélf is al helemaal niet zo romantisch. Ja, er werd een kindje geboren. Maar het gebeurde in de armoede, ergens achteraf. De mensen in Bethlehem wisten het eerst niet, maar even later hebben ze het geweten!!! Alle jongetjes tot 2 jaar werden door de koning vermoord, in een poging om de mogelijke prins ook onschadelijk te maken. De romantiek zit er misschien nog in dat iemand uit een krottenwijk toch wereldberoemd kan worden. Neem sommige voetballers… Maar dat neemt niet weg dat heel veel mensen dus een leven lang in zo’n krottenwijk doorbrengen. Het scheelt dat zo’n leven meestal niet zo lang is… Die baby uit de stal is wel de “beroemdste persoon aller tijden”. Maar niet omdat Hij na een lange tijd van in een gevangenis gezeten te hebben, nog jarenlang als een wereldleider kon optreden. Hij werd geen 95, Hij eindigde op zijn 33e aan een kruis. Een kapotte wereld!

Zonder somber te doen, is dat wel de werkelijkheid. Al die bekende kerstliedjes zingen daar wel van. “Stille nacht… een wereld verloren in schuld”, zingen we dan. “Nu daagt het in het oosten”.., een lied dat zingt over de schaduwen van de dood. Het feest van het licht, juist omdat het zovaak zo donker is in levens van mensen. Die prachtige kerstverhalen over ruzies die worden verzoend, verloren zonen die thuis komen, liefst terwijl buiten de sneeuw ligt… ze vertellen van zoveel ruzies, zoveel gebroken gezinnen, zoveel gebroken volkeren. Deze maand stapelen de noodkreten zich weer op. Die twee broers die elkaar niet meer kunnen zien, die moeder en dochter die elkaar haten, die zoon in de goot door de drugs, 12 jaar… Het schip van de wereld is lek geslagen. Schipbreuk…

Bij 2: de reddingsactie

Hier heb ik dan de reddingsboei. De boodschap van het kerstfeest is dat God de reddingsboei toewerpt! Redding. Dat betekent letterlijk de naam Jezus. Natuurlijk, het kerstfeest heeft een heidense oorsprong, de zonnewende, de dagen gaan weer langer worden, het licht overwint. Maar sinds de vierde eeuw, keizer Constantijn de Grote, gaat het om de geboorte van Jezus. Sindsdien klinkt bij dit feest de boodschap van de reddingsactie van God. En iedereen die met kerst naar de kerk gaat, en dat zijn er miljoenen… ook al is het de enige keer per jaar, of eens in de vijf jaar… de geschiedenis van de geboorte van Jezus wordt gelezen of uitgespeeld, de liederen worden gezongen. De reddingsboei! Er is een God die bewogen is met die wereld die dreigt te vergaan, er is een God die bewogen is met de mensen die het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Er is een God die uit is op redding. Nee… niet alleen bij mensen van goede wil. Enkele weken geleden werd hier gezegd: “Vrede op aarde voor mensen van goede wil.” Dát is NIET de kerstboodschap. God werpt die reddingsboei naar mensen in nood. Of dat nu een prachtige en lieve moeder is, of een vreselijke etterbak, van goede wil of van kwade wil… dáár wordt niet naar gekeken. Een mens dat dreigt te verdrinken wordt de reddingsboei toegeworpen. De naam Jezus wordt aangereikt. En wie Hem vastpakt, wordt gered. Nee, die wordt niet gelijk uit het water gehaald, maar wordt wel vastgehouden, zinkt niet verder weg, maar mag weten dat hij of zij er straks echt uit komt.

Een beetje een preek, hier op de Rotary. Ja… Zweverig gedoe? Misschien. Toch leef ik eruit, werk ik hieruit en zie ik het gebeuren! Mensen worden beetgepakt en opgebeurd, levens van mensen worden veranderd, er is echt troost in die naam van Jezus en hoop en licht. Mensen beleven de dood uiteindelijk niet als een verdrinken, maar een aan boord komen en de veilige haven binnengaan. Kerstfeest is voor mij de reddingsactie van God, de reddingsboei wordt naar mensen toegeworpen. Jezus.

Bij 3 : De redders

Ik ben me ervan bewust dat ik mensen die niet geloven, in het vorige punt kan zijn “kwijtgeraakt”. Maar kom er weer bij…. Want… Laat ik eens een verhaaltje vertellen:

Een passagier op een schip valt overboord en dobbert rond. Er wordt een reddingsboei naar de drenkeling toegeworpen. Maar de drenkeling is een gelovig iemand, hij heeft net tot God gebeden of Hij hem helpen wil en komt redden. Dus hij weigert hulp: "God zal mij redden" denkt hij. Vervolgens komt er nog een reddingsboot op de drenkeling af, maar weer weigert de drenkeling hulp: "God zal mij redden." Tenslotte komt er zelfs een helikopter boven hem vliegen, wordt er een touwladder neergelaten. Maar de drenkeling weigert opnieuw: "God zal mij redden."

De man verdrinkt. Boven gekomen vraagt de drenkeling: "Ik heb de hele tijd op u vertrouwd en ik ben tóch verdronken."

Het antwoord luidt: "Ik heb een reddingsboei, een reddingsboot en een helikopter op je afgestuurd, om je te redden, maar je weigerde alle hulp".

De redders! Nee, geen zweverig gedoe, geen groot licht, of bijna dood ervaring, niet in coma je overleden zus, die je nooit gekend hebt, ontmoeten… Dat zal allemaal wel…. De redders zijn ménsen. Dat heeft twee betekenissen.

1.

Gebruik dus mensen! De artsen, de psychiaters, de afkickcentra, de medicijnen, de inentingen, de pijnstillers, alles. Gebruik mensen! Mensen die je lief zijn en je liefde geven, helpen ook weer om te leven, zelfs na het overlijden van een geliefde. Houd je ogen open voor wat mensen voor je doen en voor je mogen betekenen. Dat is niet in strijd met geloof, dat is juist óók de betekenis van geloof.

2.

Laat je dan ook gebruiken! Of je nu gelooft of niet. Kerstfeest leert ons om andere mensen te helpen hun hoofd boven water te houden, een lichtpuntje in het leven te geven, te redden. Een donatie voor een goed doel, ja! Inzet voor vrede, verzoening. Ja! Blijf niet staan kijken. Wacht niet af wat een ander doet. Een paar jaar geleden was er zo’n rechtszaak omdat een grote groep mensen iemand had laten verdrinken… niemand stak een hand uit. Dat is toch strafbaar… Als je iemand in nood ziet… nee, niet eerst je afvragen of het wel een leven is dat de moeite waard is, of het geen kettingroker of zuiplap is… een mens in nood steek je de helpende hand toe. Rond kerst, maar ook niet alléén dan. Dát is het hypocriete soms van het kerstgebeuren. Redt een kind, redt een mens. Ook daarvoor zijn we toch Rotary?

Heeft het wel zin? Een druppel op een gloeiende plaat? Jawel, en toch. Er is ook zo’n verhaal, en daar sluit ik mee af. Dat is niet uit de zee redden, maar in de zee terugwerpen. Het gaat dan ook niet over mensen, maar over zeesterren. Maar de boodschap zal helder zijn…

Er liep eens een jongetje over het strand. Tot zijn afgrijzen zag hij dat bij eb niet alleen een flink stuk strand droog kwam te liggen, maar ook een groot aantal zeesterren. Ze lagen te creperen in het zand en hadden geen enkele kans meer om het water te bereiken. Het jongetje had maar een paar tellen nodig om de situatie te overzien. Hij greep zijn emmertje, rende naar de zee en schepte zijn emmer vol. Vervolgens liep hij naar een zeester, deed die voorzichtig in het emmertje en rende ermee terug naar de zee. Met een grote zwaai gooide hij het dier in de golven. Zo werkte hij de ene zeester na de andere weg. Zonder zich rust te gunnen, rende hij zijn kleine beentjes bijna onder zich vandaan. Maar hoe hard hij ook werkte, steeds grotere stukken strand kwamen droog te liggen en steeds meer zeesterren werden zichtbaar. Opeens hoorde hij een stem. “Kereltje, wat doe jij daar? vroeg een strandwandelaar die dichterbij was gekomen. Het jongetje legde uit, waar hij mee bezig was. Er klonk hoop in zijn stem: wie weet zou deze meneer hem helpen, dan konden ze misschien in ieder geval dit deel van het strand zeester-vrij krijgen. Maar de man schudde zijn hoofd. “Jongetje, jongetje”, bromde hij. “het heeft geen enkele zin wat jij doet. Moet je eens kijken…” Met een groot armgebaar wees hij kilometers strand aan. “Overal liggen zeesterren. Dat is nu eenmaal zo, dat is de natuur. Daar is niks aan te doen. Wat maakt het voor verschil of jij er nu een paar teruggooit of niet.” Met grote ogen keek het jongetje de man aan. Hij slikte even en zei toen ferm, terwijl hij op de zeester wees die in zijn met zeewater gevulde emmertje lag. “Voor déze, meneer, maakt het álle verschil.” Toen draaide hij zich om, liet de verblufte man staan en holde naar de waterrand, waar hij zijn emmertje met inhoud leeg kieperde.